Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewoner of eigenaar van het erf of anderen grond wordt gevorderd, tenzij op deze erven of gronden artikel 666 van het B.W. toepasselijk is;

<ƒ. buiten de afdeelingshoofdplaatsen en daarbinnen in de door het betrokken Hoofd van plaatselijk bestuur aangewezen wijken, het vuilnis en aanveegsel der huizen en erven, voor zooverre in de verwijdering ervan van overheidswege niet wordt voorzien, in kuilen, ter diepte van ten minste I M. op de erven te verzamelen en daarin bij dag en kalm weder zoo mogelijk te verbranden, zullende die kuilen zoover als het kan van den langs het erf loopenden openbaren weg en van de belendende gebouwen c. q. opstallen verwijderd moeten zijn;

e. de aan den openbaren weg grenzende erven en andere gronden over een breedte van 2 M. gerekend van de weggrens, van onkruid te zuiveren;

j. gedurende door het betrokken Hoofd van plaatselijk bestuur aan te geven periodsn van het jaar op de afdeelingshoofd* plaatsen den langs de gebouwen, opstallen, erven of andere gronden loopendèn openbaren weg — waar overburen zijn ter halve breedte en anders ter geheele breedte — des voormiddags tusschen 8 en 9 en des namiddags tusschen 4 en 5 uur met zuiver water te doen begieten.

Van zeer veel belang voor het tabaksbedrijf is het volgend artikel.

Artikel 8.

(1) Het is verboden met licht ontvlambare materialen gedekte gebouwen of opstallen van welken aard ook, bestemd voor het opbergen, drogen of bereiden van ongekorven tabak, op te richten, welke niet minstens vijftig meters verwijderd zijn van gebouwen of opstallen, uit welke materialen ook samengesteld.

(2) 's Raads voorzitter kan dispensatie verleenen van het bepaalde in de vorige alinea van dit artikel, wanneer daaruit geen schade voor derden kan voortvloeien.

(3) Het verbod in de eerste alinea van dit artikel is niet van toepassing op de voor het drogen van ongekorven tabak bestemde schuren, welke voorzien zijn van eene z.g. composiet-

Sluiten