Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de voormelde uren mede tot hun erf toegang te verleenen en de aanwijzingen van die beambten zooveel mogelijk op te volgen.

Artikel 11.

(1) Overtreding van de bepalingen vervat in de artikelen 1 tot en met 9 dezer verordening wordt gestraft: indien zij gepleegd wordt door Europeanen of met dezen gelijk gestelden, met eene geldboete van ten hoogste f 25.— (vijf en twintig gulden) of gevangenisstraf van ten hoogste drie dagen, en indien zij gepleegd wordt door Inlanders of met dezen gelijkgestelden, met eene geldboete van ten hoogste f 25. — (vijf en twintig gulden) of ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste acht dagen.

(2) Een gelijke straf wordt gesteld op overtreding van artikel 10 dezer verordening, voor zoover deze overtreding niet valt onder de strafbepaling van de artikelen 4/2 no. 23 der algemeene politiestrafreglementen.

Artikel 12. i

(1) Onverminderd de straffen in het vorig artikel bepaald, zijn de overtreders verplicht binnen een door het betrokken Hoofd van plaatselijk bestuur te bepalen bekwamen termijn en op daartoe door of van wege dit bestuurshoofd gedane aanzegging, of weg te ruimen of te doen wegruimen, te herstellen, te doen herstellen of alsnog te verrichten of te doen verrichten hetgeen in strijd met deze verordening is verricht of nagelaten.

(2) Bij niet nakoming dezer verplichting is het Hoofd van plaatselijk bestuur, zonder verdere ingebreke stelling van den overtreder, bevoegd zulks te doen plaats hebben ten koste van den overtreder, onverminderd diens gehoudenheid tot vergoeding der schade door de overtreding veroorzaakt.

Sluiten