Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Van de talrijke Cinchona-soorten, die indertijd uit Zuid-Amerika naar Azie werden overgebracht, zijn op Java, dat tegenwoordig bijna de geheele wereldbehoefte aan kina produceert, alleen nog de C. Ledgeriana en de C. succirubra in cultuur.

De cultuur van C. Ledgeriana, waarvan de bast uitsluitend voor de kininefabricage gebruikt wordt, beslaat daar een oppervlakte van + 20000 bouws (i bouw = 7096 M2), terwijl die van C. succirubra, welke de phannaceutische basten oplevert, zich bepaalt tot eenige honderden bouws, zoodat eerstgenoémde de belangrijkste plaats inneemt.

In 1913 werden van Java ruim 7.000.000 K.G. Ledgerbast uitgevoerd, (waarvan 4- 850.000 K.G. in den vorm van zwavelzure kinine, bereid door de Bandoengsche kininefabriek), terwijl dit voor Succirubra nog geen 600.000 K.G. bedroeg. Van deze Succirubrabasten bestaat een groot gedeelte uit wortelbast afkomstig van Ledger-enten, daar deze een Succirubra-onderstam hebben. Hiervoor moeten natuurlijk een massa jonge zaailingen gekweekt worden, doch eigenlijke Succirubra-aanplantingen komen op de meeste ondernemingen niet voor.

De grootste aanplant daarvan treft men aan op de Gouvts kina-onderneming; deze besloeg in 1916 een oppervlakte van 7 2 bouws 55 Q R. R. (1 bouw = 500 □ R. R.); dan volgt de onderneming Daradjat, en verder nog enkele kleine aanplantingen op de ondernemingen Argasarie, Lodaja, Rahajoe, Selokaton en Sindang Wangi. Men vindt ze daar op de minder goede terreinen, daar de boomen geen hooge eischen aan den bodem stellen; en

Sluiten