Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoeveelheid van dit zaad machtig te worden; ook door anderen is dit beproefd, doch te vergeefs.

In den beginne werden de door Van Gorkum uit dit zaad gekweekte plantjes aangezien voor Calisaya's, doch toen in 1872 een paar boompjes begonnen te bloeien, bleek de kleur der bloemen van die der Calisaya's te verschillen, terwijl de aard der in den bast aanwezige alcaloiden een geheel andere was; ook de vorm der bladeren en de stand der takken ten opzichte van den stam geleken niet op de op Java aanwezige Calisaya's.

Weddell hield haar voor een variëteit van deze 2), evenals Howard, die echter later meer geneigd scheen haar voor een typische Calisaya aan te zien 3).

Kuntze heeft haar beschouwd als een irregulaire hybride van C. micrantha en C. Calisaya 4).

moens kwam tot de conclusie, dat deze soort de oorspronkelijke vorm der Calisaya's was, en hield de C. Calisaya Weddell voor een variëteit daarvan 5).

Beschrijving:

Cinchona Ledgeriana Moens. Cinchona C-disaya Weddell. Cinchona Calisaya var. Ledgeriana Howard. De op Java gekweekte boomen hebben, op 14-jarigen leeftijd, een hoogte van + 10 Meter met een stamomtrek van + 0,88 Meter, en op 45-jarigen leeftijd een hoogte van +. 25 Meter met een stamomtrek van -f 1,4 M. Zij hebben goed ontwikkelde takken en een pyramidale of kegelvormige kroon.

De boom vormt een hoofdwortel met talrijke worteltakken. Stam : recht; bruin gekleurd, doch gewoonlijk bedekt met grijze of groenachtig witte korstmossen; oppervlak vrij ruw door talrijke dwarse sleuven en door overlangsche barsten of scheuren.

Takken : schuin naar boven gericht, uit den stam onder een scherpen hoek (15—220) ontspringend; de takken zijn blijvend; de onderste breken niet af (zooals die der C. succirubra).

Bladen : kruiswijs geplaatst, enkelvoudig, gaafrandig, onbehaard, elliptisch, veernervig, ongeveer 9 zijnerven aan de basis

Sluiten