Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de veiling van Mei 1873, waarin deze bast verkocht werd, bracht hij den bijzonder hoogen prijs op van ƒ9,13 per K.G.; terwijl de Calisaya-basten dien dag slechts ƒ2,245—ƒ 3.73 per K.G. konden bedingen.

De vermenigvuldiging der C. Ledgeriana werd nu flink ter hand genomen, waardoor men einde 1873 reeds de beschikking had over 50,000 zaadplantjes en 2300 stekken. Door verschillende waarnemingen had men kunnen vaststellen, dat de uit zaad gekweekte Calisaya's en Succirubra's in gehalte niet noemenswaard verschilden met de moederboomen, wanneer zij uiterlijk met deze laatsten overeenkwamen. Ook met de C. Ledgeriana bleek dit het geval te zijn. Echter met het oog op het kenmerk der meeste Cinchona's om talrijke variëteiten te vormen, vond men het toch noodzakelijk ook door kunstmatige vermenigvuldiging zich het voortdurend bezit van deze waardevolle soort te verzekeren, en aangezien spoedig bleek, dat het stekken niet zulke goede resultaten had, omdat deze gewoonlijk op jeugdigen leeftijd reeds afstierven, was men daarvoor aangewezen op' enten. Na talrijke mislukkingen slaagde men er in daarvoor een goede methode te vinden, n.1. de plak-enting.

Nu alzoo het bezit van een superieure kina-soort verzekerd was, kon de cultuur op Java in vaste banen worden geleid.

Een van de vele vraagstukken, die zich hierbij voordeden, was op welke wijze geregelde oogsten van kinabast zouden te verkrijgen zijn. ; , -

In den beginne beschikte men nog niet over een voldoend aantal boomen, zoodat met het aanwezige materiaal zoo zuinig mogelijk moest worden omgesprongen; hét was dus van groot belang een methode te vinden, waarbij de bast geoogst kon worden, zonder opoffering van den boom.

Zoowel op Java, als in Britsch-Indië beeft men gemeend dit te kunnen bereiken door:

i°. een flinken snoei, waaraan de boomen op geregelde tijden werden onderworpen; van de weggenomen takken werd dan de bast geoogst. Men begreep echter spoedig, dat hiermee niet kon

Sluiten