Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30. de kleur der bladeren moet dof en zacht groen zijn en niet glimmend; het laatste wijst steeds op inferieur type met gering kininegehalte. De bladeren mogen niet te smal zijn; wel komen er onder de smalbladerige Ledgers boomen met een hoog kininegehalte voor, doch de ondervinding heeft geleerd, dat zij meer vatbaar zijn voor ziekten dan de breedbladerige.

4?. een dikke bast.

50. de boom mag niet vóór zijn achtste jaar bloeien; vroege bloei wijst op een inferieur type of op een achterlijken toestand van den boom. Op laag gelegen terreinen is de bloeitijd vroeger dan op hoog gelegene. De bloemen moeten wit tot roomkleurig zijn.

6°. weinig vatbaarheid voor ziekten en plagen.

Voldoet de boom aan bovengenoemde eischen, dan moet ten slotte de chemische analyse (bepaling van het alcaloide- en het watergehalte) beslissen of hij voor de selectie in aanmerking komt.

Als regel geldt, dat men alleen boomen kiest met meer dan 10% kinine en minder dan 1 % cinchonidine.

Van den geselecteerden boom worden direct eenige enten gekweekt voor een kleinen aanplant, en nadat deze eenige jaren geobserveerd is, wordt beslist, of hij voor verdere vermenigvuldiging in aanmerking komt

Moens is reeds met deze selectie begonnen bij den aanplant, gekweekt van het uit Zuid-Amerika afkomstig Ledger-zaad; van deze moederboomen stammen alle in Ned. Indië aanwezige Ledgerboomen af. De hem opvolgende ambtenaren van de Gouvts Kinaonderneming hebben haar steeds krachtig voortgezet, terwijl langzamerhand ook de particuliere planters in deze richting gewerkt hebben.

Op deze wijze zijn in den loop der jaren tal van variëteiten ten behoeve van de aanplantingen in aanmerking gekomen. De meest bekende daarvan zijn: Moederboomen, N°. 23, 38», 38*; 94, Mengsel Rioeng Goenoeng, Ltt B, G en W3.

Wegens te hoogen leeftijd wordt van „de Moederboomen" tegenwoordig geen zaad meer geoogst. De daarvan aangelegde zaai-

Sluiten