Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alcaloide-gehalte van deze bast-schijfjes, berekend op absoluut drogen bast:

Juni Dec. Toe- Aug. Toe-

1906 1906 name 1907 name

Kinine 7,22 7,53 0,31 7,73 0,2 °/0

Cinchonidine 0,42 0,44 0,02 0,38 0,06 „

Cinchonine -f- Amorph alc. . . o,86 1.05 0,19 1,00 0,05 „

Totaal alcaloid 8,50 9,02 0,52 9,11 0,09 „

Bij vergelijking der resultaten in de verschillende vakken bleek, dat in het onbemeste vak E een grootere verbetering van het relatieve alcaloide-gehalte was ingetreden, dan in de bemeste vakken. Ofschoon nu een vergelijking mogelijk was tusschen de hoeveelheid bast, vóór en na de bemesting, werd ouder gewoonte weer te veel waarde gehecht aan de cijfers van het relatieve gehalte, zoodat op grond der resultaten geen oordeel durfde uitgesproken worden.

Na de laatste bepalingen, in Aug. 1907, kregen direct alle vakken, behalve E, een bemesting van verschillende mengsels van boengkil, thomasmeel en chloorkalium, doch toen ik, een jaar later, in Aug. 1908, weer de metingen en analyses verrichtte, was er in dien tusschentijd in den proeftuin geoogst en waren er 424 van de 1563 oorspronkelijk aanwezige boomen gerooid.

In verband ook met de omstandigheid, dat men bij het oogsten in een 10-jarigen tuin zooveel mogelijk de beste exemplaren laat staan, konden de gemiddelde cijfers van de overgebleven boomen moeielijk vergeleken worden met die van het aantal, dat vóór het oogsten in den proeftuin stond; het was dus nu nog minder mogelijk, om conclusies te trekken, zoodat de in 1908 verkregen cijfers geheel waardeloos waren. Ditzelfde geldt voor de proefnemingen met de mestmengsels op de onderneming Lodaja, die tegelijk met die op de Gouvts Kina-onderneming plaats vonden en waarvan ik eveneens de analyses verrichtte; hier was men reeds direct na het mesten, in 1906, met het oogsten doorgegaan.

In 1909 publiceerde v. Leersum een artikel in het tijdschrift Teysmannia 54), waarin hij uitvoerig de cijfers van mijne analyses

Sluiten