Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus 35—40 deelen drogen bast. Deze verhouding tusschen nat en droog wordt bij de verantwoording van den oogst bijna altijd opgegeven; b.v. 1:2,5 wil zeggen, dat 2,5 deelen natte bast 1 deel drogen bast hebben opgeleverd.

Men heeft vroeger gemeend, dat bij het drogen van den geoogsten bast het zonlicht ontledend inwerkt op de bestanddeelen van den bast, en wel hoofdzakelijk op grond van de onderzoekingen van Pasteur. Deze schreef de omzetting der kina-alcaloiden in chinoïdine (mengsel van amorphe kinabasen) behalve aan de bereidingswijze van zwavelzure kinine, voornamelijk ook toe aan het drogen van den geschilden bast in de zonnewarmte 59).

Broughton had vermindering van het alcaloide geconstateerd door het zonlicht, en ook bij een temperatuur van 900 C. Bij dit laatste was echter de vermindering slechts schijnbaar, daar een gedeelte van het alcaloide bij de analyse aan de waarneming ontsnapte, doordat het een verbinding met het looizuur vormt, die door zuren moeielijk ontleed wordt6o).

Proefnemingen van Moens leerden, dat bij baststukken geen verschillen werden gevonden, of zij in de zon, bij ioo° C, of bij gewone temperatuur in de schaduw gedroogd waren. Geschiedde dit met schilfers, dan vond hij bij droging in de zon een weinig minder alcaloide, dan bij droging in een luchtstroom, in de schaduw, bij ± 400 C. De verschillen waren echter onbeduidend 6i).

Ook Van leersum heeft hierover verschillende onderzoekingen verricht. In 1888 constateerde hij, dat, wanneer versche bast onmiddellijk aan een temperatuur van 1050 C werd blootgesteld, er een geringe vermindering van het alcaloide-gehalte plaats had, vergeleken bij droging in de zon. Als maximum-temperatuur, die bij het gebruik der inrichtingen voor kunstmatige droging mocht worden toegepast, werd veiligheidshalve 950 C voorgeschreven 62).

In 1894 constateerde hij, dat aanwending van kunstmatige warmte, tot een maximum-temperatuur van 2000 F, geen nadeeligen invloed had op het alcaloide-gehalte 63).

In 1903 toonde hij aan, dat geen teruggang in gehalte plaats had bij directe droging op 60—700 C,' en dat bij 8o° C reeds vermindering viel waar te nemen, en bij 900 C nog meer, (0,23 °/0en

Sluiten