Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kinalooistpf komt in den bast grootendeels voor als kinalooistof-alcaloide; een klein gedeelte als zoodanig. Verschillende onderzoekers hebben bewezen, dat er geen vaste verhouding bestaat tusschen de hoeveelheid alcaloide en looistof in een bast aanwezig. Uit een groot gehalte kinalooistof mag dus geen groot alcaloide-gehalte afgeleid worden.

Het al of niet vlug en intensief intreden van de verkleuring na het schillen hangt verder af van de temperatuur en den vochtigheidstoestand van de atmospheer. Eenige jaren geleden werd van uit Amsterdam vernomen, dat de pharmaceutische basten van Java zooveel minder rood gekleurd waren dan die van Zuid-Amerika, en daarom mindere prijzen opbrachten. Ik heb toen op het etablisement Rioeng Goenoeng een partij Succ. bast gedurende eenigen tijd aan den damp van heet water blootgesteld, waardoor de roode kleur spoedig intensiever werd; en werkelijk bracht deze partij, die door mij afzonderlijk was gehouden, te Amsterdam een mooien prijs op. — Ik wil er ook nog op wijzen, dat Ledgerbast zich langzamer en minder intensief kleurt; ook bij dezen kan het intreden van de roode kleur bevorderd worden door de basten aan vochtige warmte bloot te stellen.

Uit het bovenstaande mogen we dus afleiden, dat het bij de cascarilleros geldend criterium voor de rijpheid der basten moeielijk wetenschappelijk kan verklaard worden.

Het is nog niet zoo lang geleden, dat op Java de kinaplanters een bast voor rijp verklaarden, wanneer hij op den buitenkant de voor kina eigenaardige zilverwitte vlekken vertoonde. Takken, waaraan deze vlekken ontbraken en nog roodbruin waren, werden niet geoogst en weggeworpen. In 1896 toonde v. Leersum aan, dat ook dit criterium op geen enkelen wetenschappelijken grondslag berustte, en dat zoowel de gevlekte (z.g.n. rijpe) als de ongevlekte een hoog kininegehalte kunnen hebben, en dus het al of niet aanwezig zijn van deze vlekken niet in het minste verband staat met een hooger of lager alcaloide-gehalte. De kleurschakeering was alleen een gevolg van het meer of minder aan lichtinvloeden blootgesteld zijn der boomen 68). Toch waren er in 1905 nog planters, die zich consequent aan dit criterium hielden.

Sluiten