Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÉÉN WEG, ÉÉN DOEL!

Dar. Kuyper schreef nog ten vorige jare1) dat de drang, „om als anti-revolutionairen de vroegere eenheid met de christeljijk-historischein weer op te zoeken", niet kan uitblijven.

En „De Nederlander", hét leiding gevende orgaan van de christelij^-historischen schreef in het nummer van 11 December 1915, in een polemiek met het „Friesch Dagblad":

„Indien, gelijk billijk is, het Friesche anti-revolutionaire, blad wil oordeelen, naar hetgeen staat in de programma's, zal het niet veel vinden dat bet (recht geeft te verklaren, dat „zoo ooit de vraag van hereeniging ïn de ChristehjkJustori,sche Unie gesteld werd" als antwoord daarop een: „Nooit" zon klinken".

Hier werd gezinspeeld op Wet „Nooit", dat de Christelijk Nationale Werkmansbond uitsprak tegen „Platrimonium", nadat ds. Oskam zijn sympathieke pogingen begonnen was, om die twee nader tot elkaar te brengen.

De conclusie is dus alleszins gewettigd, dat de cbxistelijkhistorischen in beginsel niet tegen hereeniging zijn, ja veeleer van harte genegen zijn om de denkbeeldige verschillen weg te vagen en op éénheid aan ie sturen.

Trouwens, met welke sympathieke woorden besloot een jaar later jhr. mr. A. F. de Savornin Lohman zjjn brochure „Hereeniging" J):

„Moge de tijd aanbreken, dat de beide groepen der Nederlandsche anti-revolutionairen, beseffende hoe noodig de samenwerking van alle Christenen is tot behoud en tot ontwikkeling van ons Christelijk volksleven, zich weer vereenigen tot ééne groep. En mocht die wensen niet worden verwezenlijkt, dat dan toch geen van Jxeide groepen ooit het: „twee wegen, één doell" mogen vergeten!"

Waar deze en dergelijke uitspraken getuigenis afleggen van een wederzijdsch vurig streven naar samengaan en waar voor

*) Standaard, no. 13937, 18 Sept 1917. 2) 's-Gravenhage — D. A. Daamen, 1916.

Sluiten