Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te denken zooals z!g'! willen; 6lechts onder; voorwaarde, dat de verschillende kerkgenootschappen gelijke bescherming hehoorem te genieten, behoudens eeriaiedigiing van Verkregen rechten.

Zou de heer Lohman, lid' van de Gereformeerde Kerk te 'e Gravenhage, inlderdaad een volkskerk-man zijn?

Het betreffende artikel (12) uit het c-h. program wijs* evenmin op het door het ^Friesch Dagblad'' beweerde verschil, dagteekenend uit de dagen van iConstantijn «ten Groote, de beschouwing der volkskerk.

Of, lezers, ziet gij! het soms?

„De overheid behandele dte Kerk in baar, verschillende vormen als van eigen recht»; niet als eene vereenigimg, maar als een orjenbaring in het volksleven sui juris (met eigen volkskarakter). Zij bescherm» baar in de uitoefening van den eereüienst, behoudens hare pnderaorpenheid aan de strafwet, en eerbiedige de historisch verkregen rechten. Zij bescherm» ieder» recht orn .zich van de kerk los te maken."

't Is wel opmerkelijk, dat de „bakerpraatjes van verwoesting der Groote Kerk" altijd in verband gebracht zijn met fln, Kuyper's streven en nimmer gehoord! .werden, als 't de actie van jhr. mr. Lohman betrof.

En reeds in 1897 heeft dr. Kuyper toch een verklaring Ojfgelegd, waarin hij aldus zijn verhouding inzake de kerkelijke „kwestie" omschreef:

„De ondergeteekende, van onderscheidene kanten vernomen hebbende, dat vele anti-revolütionaire kiezers, die tot de Nederduitsch Hervormde Kerk behooren, beducht zijn gemaakt, als zou de overwinning der anti-revolutionaire partij uitloopen op schade voor de Hervormde Kerk, gevoelt zich gedrongen de«aangaande het navolgende te verklaren:

1. dat Juj een beslist tegenstander is van de scheiding van Godsdienst en Staatsrecht. De souvereiniteit ram God Almachtig moet naar zijn vaste overtuiging ook in het staatsrecht erkend, gehandhaafd en geëerbiedigd worden;

2. dat hij evenzeer een beslist tagenstander is re» de scheiding van Kerk en Staat, geljjk de Liberale partij dia wel bepleit, maar zelve niet aandurft, en dat hij daarentegen steeds, evenals Groen van Prinsterer, het staatsrechtelijk karakter der Kerk van Christus verdedigd heeft;

3. dat hij met de geheele anti-rev. partij daarentegen steeds aandrong en aandringen blijft op herstel van de geldelijke zelfstandigheid der Kerk en uit dien hoofde het beginsel voorstaat, om de gelden dia aan de Kerken toebehooren, niet langer

Sluiten