Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan Füemon. Deze beid» voorbeelden gare» volkomen duidelijk aan, wat wn bedoelen. En aan deze bedda voorbeelden kan men ook aan, dat het Christendom zga doel langs beide wegen heeft.bereikt, want de Kerk heeft zoowel een hétere huwelijksopvatting als een betere opvatting van da dienstverhoudina weten te vestigen, al ontbreekt er aan beide nog. wel een en ander met name in de practijk.

„Die beide vormen van toepassing van hat Christendom zijn er steeds gebleven. Hat ia belangwekkend het verloop daarvan in de geschiedenis van het Christendom na ta gaan. Voortdurend dongen de beide opvattingen om dan voorrang. Mat name in da eerste eeuwen van het Christendom^ die bij Augustinua hun afsluiting vinden, ziet men da worsteling tusschen da beide gezichtspunten. Augustinua zelf brengt za beurtelings in practijk. Later, tijdens de Reformatia voelt Luthar meer voor den subjectieven, Calvjjn meer voor dan objectieven weg. Over 't algemeen kan men zaggen, dat waar da Kerk kans zag ta slagen, de voorkeur werd gegeven aan den objectieven weg, en daar waar aan de overzijde groots overmacht aanwezig was da' subjectieve weg ward ingeslagen, om ar te komen. Geheel gaat dit niet op, want ook persoonlijk verschil van temperament der geestelijke leiders en van landaard' dar onderscheiden volkeren werkte mee. Toch was aóö de hoofdbja.

Het genoemde onderscheid heeft zich in onze eeuw ook m da politieke geschiedenis van ons land wadarom geoperü>aard> omdat het met de verhouding van het Christendom tot da levensvraagstukken als vanzelf gagavan ia. Man kent op kerkelijk gebied, het „juridisch" en „medisch"' karkharstal. En op staatkundig gebied is nu de ontwikkelingsgang deza geweest, dat het subjectieve element maar tot openbaring kwam ia de christelnk-historische gelederen, hat objactiava element meer in de antirevolutionaire partij. En zulks niet ankal ia den boven nader omschreven zin, dat bq de (fcristelijk-historischen meer het persoonüjk CThristenJc Optreden in de staatkunde, bn da antirevolutionairen meer het op dan voorgrond schuiven van het Christelijk beginsel voorop staat, maar ook zóó, dat deze tegenstelling door heel da wijze van optraden heentrekt en ziohi op allerlei wijze openbaart. Natuurlij moet ook hier da tegenstelling niet absoluut genomen, dat vindt men wal op papier maar in het laven nooit. Het ia niet zóo, dat nu aan) christelijk' historische niet om beginselen maalt an aan anti-revolutionair zich met bekommert om een paxsoonhjk Christelijk optreden Het is alleen da algemaana grondtrek van het politieke leven in beide groepen, dia hiar wordt gekenmerkt**. Tot zoover prof. Diiapenhoratj.

Het wil pus voorkorter*, dat het argument weinig klemmend: is. De Amsr^damsche "hoogleeraar heeft zich er niet met «ft paar holle woorden, opr^lakkige redBneeringen vanaf willen

Sluiten