Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleiding.

„Een partij zal democratisch zijn of niet zijn" — zoo schreef vóór de verkiezingen van het jaar 1918 het orgaan van één onzer politieke paftijen. Inderdaad trachtte die partij te zijn wat men democratisch noemt. Maar haar aantal zetels in de Tweede Kamer, dat vóór de verkiezingen 22 bedroeg, slonk tot 6. Toch schijnt er wel iets waars in de opgeheven leuze te liggen en was de fout in dit geval slechts, dat men nog niet democratisch genoeg was. Vooral in onze dagen gaat er weer een vloedgolf van democratie over ons volk, is het weer alles democratie wat de klok slaat, zoodat men weer het gevoel krijgt, dat niet alleen politieke partijen, maar eenerzijds óók de enkele meelevende personen, anderzijds óók heele volken, democratisch zullen moeten zijn, op straffe van niet te zullen kunnen zijn.

Toch list hierin geen reden om de democratie niet te toetsen aan gezonde beginselen van staatsrecht en staatkunde. Vertoonde de democratie niet tallooze in 't oog loopende gebreken, men zou wellicht zonder meer met haar mee kunnen gaan. Maar zij vertoont bij den eersten oogopslag niet minder, maar eer nog meer gebreken dan andere stelsels. Ligt daarin reden tot critisch onderzoek naar haar waarde, dan mag men zich van dat onderzoek niet laten afhouden door de vrees, dat men als politiek meelevend en meedoend persoon er zich het niet-meer-zijn mede op den hals zal halen. Eenerzijds toch is de waarheid beter dan het leven en anderzijds geldt zeer zeker ook hier het woord van den Christus, dat wie zijn leven behouden wil, bereid moet zijn het te verliezen.

Ook door anderen is de democratie in onze dagen wel bestreden. Ik herinner maar aan den Engelsch-Duitscher Chamberlain, aan den Franschman Faguet met zijn „le culte de l'incompétence" en zijn „—et 1'horreur des responsabitités", aan onzen landgenoot Valckenier Kips en aan meer anderen. Ik mis echter bij deze critische beoordeelaars der democratie èn het systematische èn het redeneeren uit beginselen, die mij heilig zijn. Vandaar,, dat ik aanleiding vind, ook mijnerzijds de democratie eens cntisch te bezien, maar daarbij dan systematisch te werk te gaan en te doen uitkomen, wat het christelijk beginsel van ons eischt. Immers, wat er ook gebeure in de wereld, het eenige wat niet kan is, dat Gods Woord zqu wankelen, het eenige wat wij niet willen is: Gods Woord loslaten.

Sluiten