Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet worden toegestaan. Met de meeste kracht moet worden tegengestaan de volkssouvereiniteit, die het volk stelt als bron van gezag, daar alle gezag slechts van God afdaalt. Tegengestaan moet evenzoo de volkssouvereiniteit, de volksregeering, de democratie, die ik hiervoren besprak en die het volk wil laten regeeren. Maar de z.g. volkssouvereiniteit, de volksregeering of democratie, die het volk zijn regeerders laat kiezen, valt als systeem niet onder de veroordeeling van Gods Woord, zoodat het er hier op aan komt, na te gaan, in hoeverre dat systeem toepassing verdient.

Het consulaatssysteem vindt men in de eerste plaats in het vrije

maatschappelijke leven, maar in oneigenlijken zin. Allerlei

vrije organisaties kiezen haar eigen regeerders en dat systeem werkt uitnemend. Er wordt in de wereld enorm veel tot stand gebracht door dit soort democratie, waarvoor tal van z.g. democraten wel wat meer waardeering mochten hebben. Men denke maar aan hetgeen de vrije organisaties in ons land en in onzen tijd hebben tot stand gebracht en nog steeds in stand houden met betrekking tot opvoeding en onderwijs. Trouwens zal niemand ontkennen, dat de organisaties, die in vrijheid opkomen en haar eigen regeering kiezen, een onmisbaar element in onze samenleving vormen. Wie ze misbaar zou achten en ze alle door publiekrechtelijke organen zou willen vervangen, zou blijk geven, geheel verdwaasd te zijn.

Maar ik mag hier toch slechts van een consulaatssysteem in oneigenlijken zin spreken, van een systeem, dat niet beslissend is voor het antwoord op de vraag, of ook in het publiekrechtelijk leven de methode van het aanwijzen der machthebbers door het volk zelf toepassing verdient te vinden. Dit systeem is niet beslissend, in hoofdzaak om twee redenen. In de eerste plaats omdat de privaatrechtelijke organisatie slechts hen omvat, die een gemeenschappelijk doel beoogen en een geordende regeering willen. In de tweede plaats omdat wie zich met die regeering niet kan vereenigen uit de organisatie kan treden. Noch het een, noch het ander is bij de publiekrechtelijke organisaties het geval.

Alvorens van de privaatrechtelijke organisaties tot de van-huis-uit publiekrechtelijke over te gaan, moet ik even tweeërlei opmerken. Vooreerst, dat ik de quaestie van de volksvertegenwoordigende organisaties hier buiten bespreking laat, èn omdat ik die quaestie geheel afzonderlijk wensen te behandelen, wat haar groote belangrijkheid eischt, èn omdat het onderscheid tusschen vertegenwoordigende en regeerende colleges te groot en te principieel is dan dat vermenging dier beide gedoogd zou kunnen worden. Ik verlies daarbij nóch uit het oog, dat in den arbeid der vertegenwoordigende , colleges een goed deel mederegeeren zit, noch dat in het werk van

Sluiten