Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals men tegenwoordig wil — de overheid niets kan doen als zij. zich niet kan beroepen op een (geschreven) rechtsregel, maar in dezen geheel anderen zin, dat het recht het allerhoogste is, waarvoor de staat existeert Zooals de Heilige Schrift zegt, dat het Sion Gods alleen door recht zal worden verlost, zoo mag ook, zij het in ietwat anderen zin, een staat slechts heil verwachten van het recht.

Maar wat ziet men'in het parlementaristische systeem? Dat de overheid niet met de volksvertegenwoordiging voor alles voor het recht zorgt, maar dat het parlement, zooals ik zeide, tot kiezersdienst vervalt en voor de kiezers slechts het materieele belang behartigt, en dat de overheid ontaardt van dienaresse van God en van Zijn recht in zaakwaarneemster van de volksvertegenwoordiging en via de volksvertegenwoordiging van het volk. Zooals Ely, een amerikaansch econoom het zeide: „wij, het volk, doen onze zaken af door middel van onze agente, de overheid." Met het gevolg echter, dat in onzen tijd allen met hun materieele belangen tegen elkaar botsen en het recht aan allen, ook aan de overheid, ontglipt. Daartegenover past de veel gesmade juristenleuze, zij het eenigszins gewijzigd: doe toch recht, want de wereld vergaat.

Maar daarbij blijft het niet. In een vierde opzicht zie ik den staat met den stroom van het parlementarisme afdrijven in verkeerde richting, ver weg van het m.L eenig goede systeem der veram> woordelijke overheid. Men zal mij tegemoet voeren, dat het parlementarisme juist is het systeem der verantwoordelijkheid, tot Haar uiterste consequenties gevoerd. Ik weet dat, maar Wijs er op, dat dit is de verantwoordelijkheid aan het parlement, maar dat ik op het oog heb de verantwoordelijkheid aan God en aan het eigen geweten. Voor alle menschelijke verhoudingen acht ik hef 't eenig juiste systeem, dat men er naar streeft vrijspraak té hooren als men hef oor naar boven wendt, waar God troont, en als men bet tiaar binnen richt, waar de stem van het geweten spreekt.

Dat element echter is uit onzen modernen, parlementaristischen staat weggenomen. Het parlement heeft zich zoozeer als gezaghebber in hoogster instantie aan de van Gods wege souvereine overheid opgedrongen, dat het haast onmogelijk is geworden, «p» ja het geheel geworden is voor zwakke en bange magistraten, — te regeeren niet precies naar de voorschriften van het parlement. Slechts datgene te doen, wat het parlement wilde, was althans onder het vorig kabinet hoogste wijsheid geworden. Maar op zulk karakterloos gedoe staat als straf het veroordeeld zijn tot een slingering van her tot der» het vervallen in allerlei verkeerde politiek, tot allerlei gevaarlijke experimenten, gevraagd door het niet-verantwoordelijk parlement dat, als de zaken slecht gaan, toch achteraf de regeering verantwoordelijk stélt

Sluiten