Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten slotte rest mij nog een vijfde, maar zeker niet het geringste bezwaar. Het bezwaar, waarmede ik de rij mijner bedenkingen wil besluiten, is hierin gelegen, dat het parlement in het systeem van het parlementarisme niet meer vervult wat historisch en principieel zijn taak is: op te komen voor de rechten en vrijheden van de burgers, zodwel tegenover andere burgers als tegenover de overheid. Slechts vragende naar hetgeen de meerderheid, de domme, onverantwoordelijke, op buit 'beluste massa wil, verliest het parlement de eigenlijke rechten en vrijheden uit het oog.

Ik zeg dat niet zonder het voor de hand liggend bewijs te noemen: bet is in onzen tijd niet de regeering, die al verder en verder wil ingrijpen in het leven der burgers en zich dan het halt hoort toeroepen door hen. Neen, het parlement zweept de regeerhig np, al verder en verder te gaan en geen vrijheid te sparen, als er maar — materieel voordeel te behalen is. Hoe meer wetten, hoe liever! Laat me er daarbij aan herinneren, hoe het in onze oorlogshongerdagen niet de regeering was, die zich vergrijpen wilde aan het recht van den boer op zijn arbeidsproduct, maar dat het 't parlement was, dat, gedreven door de gierende massa, de regeering den weg opjoeg èn van onrecht èn van daaruit volgende— productiebelemmering.

Democratie als demophilie.

Na aldus eerst de eigenlijke democratie, de democratie als anarchie, bezien te hebben en voorts de oneigenlijke democratie als consulaatssysteem en als parlementarisme, kom ik in de vierde plaats tot den oneigenlijken vorm van democratie, welken ik als demophilie- zou willen kenmerken. Wie denkt aan den bekenden term „Arbeiterfreundlichkeit", zal dadelijk begrijpen, dat ik met de reeds min of meer gangbare uitdrukking demophilie bedoel wat men heel goed jou kunnen noemen „Volksfreundlichkeit". Daaronder zou dan zijn te verstaan het voortdurend opzettelijk en in het oog loopend opkomen voor allerlei materieele belangen van arbeiders in hoofdzaak, maar voorts van alle economisch min of meer zwakken, met dien verstande, dat die belangen behartigd 'worden met een beroep op anderer geldmiddelen en met name op de publieke kas.

Deze demophilie is een vorm van democratie op zich zelf en valt niet onder het parlementarisme. Ik geef zeker toe, dat de demophilie zich pleegt te bedienen van het parlementarisme, soms ook wel het consulaatssysteem wil en zelfs ook van de democratie als anarchie niet afkèerig is, maar zij staat desniettemin op zichzelf en zou zeer wel toe te passen zijn zonder welken anderen vorm van eigenlijke of oneigenlijke democratie ook. Daarom wensch ik de demophilie

Sluiten