Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook geheel op zichzelf te behandelen, haar daarbij verstaande zooals ik hierboven aangaf.

Als ik dan ook tegen dezen vorm van democratie enkele bedenkingen ga ontwikkelen, zal ik beginnen met hetgeen ik, goed bezien, het minst bezwaarlijk acht, om zoo geleidelijk mogelijk te komen tot wat mij het meest bedenkelijk voorkomt. Welnu, dan stel ik voorop, dat mijns inziens de demophilie een rem is voor de ontwikkeling der bekwaamheid van een volk. En dan voeg ik dadelijk daarbij, dat ik de zaak van deze twee kanten bezie, dat de bekwaamheid zeer zeker een middel is om tot materieelen vooruitgang te geraken, maar dat zij bovendien is een sieraad van en een waardevol bezit voor den mensen, van meer dan voldoende beteekenis om zeer hoog te worden geschat en niet voor een direct materieel voordeel te worden prijsgegeven. Een bekwaam volk staat dichter bij het ideaal dan een niet bekwaam, maar door omstandigheden misschien desondanks ietwat meer welvarend volk.

Waarop steunt nu echter mijn bewering, dat de demophilie aan. de bekwaamheid afbreuk doet, haar althans niet voldoende bevordert? Op twee gronden: 1°. op het feit, dat de demophilie haar heil zoekt in beloven en niet in eischen stellen aan haar protégés, omdat het stellen van eischen een slechten indruk zou maken, ook het stellen van den eisen, dat de arbeider steeds moet beginnen met zich te bekwamen- voor zijn werk; 2°. op het niet minder onloochenbare feit, dat de demophilie aan de regeering zooveel werk bezorgt in zake sociale hervormingen op kosten van de gemeenschap, maar strekkende tot direct voordeel der protégés van de demophilie, dat er geen tijd overblijft voor regelingen, die de vakbekwaamheid bevorderen. Het dubbele feit, dat de wettelijke regeling van het vakonderwijs ten onzent nog altijd op afdoening wacht en dat in den woeligen tijd van November 1918 wel allerlei groote beloften gedaan werden, maar de noodzakelijkheid van vakbekwaming weinig of geen rol speelde, spreekt boekdeelen tegen de demophilie.

Het wil mij echter voorkomen, dat de demophilie niet alleen in verzuim is ten aanzien van de bekwaamheid, maar dat ze evenzeer in gebreke is met betrekking tot de energie. En van de energie geldt wederom wat ik zooeven van de bekwaamheid zeide: zij is y naar mijn inzien niet alleen een mooi middel om een volk economisch op te voeren, maar zij heeft mede waarde op zich zelf, daar zij den mensch, ook zonder materieele voordeelen, op een hooger niveau plaatst. Ook in dit opzicht zeg ik, dat mijns inziens veel hooger staat een volk, dat met energie groote moeilijkheden overwint en relatief geringe inkomsten geniet, dan een volk, aan hetwelk

Sluiten