Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In -dit afnemen van verantwoordelijkheden van den arbeider en haar overneming door patroon en staat, zie ik een omkeeren van de goede verhoudingen, in welk omkeeren de demophilie zoo hopeloos sterk is. Het ergst van al reken ik haar hierbij als grief aan, dat zij vrijwel niets anders kent dan rechten van den mensch, rechten, die dan nog meestal uit materieele belangen gesmeed zijn, maar van plichten weinig of niet weet^Zij construeert een samenleving, die niet gebaseerd is op het — rechten en plichten omvattende — recht, maar op het belang, dus — op z'n best — op de rechten alleen. ~'$P$

Ik moet er echter met nadruk op wijzen, dat in het recht niet de rechten de eerste plaats innemen, maar de plichten. Wij hebben te vragen, wat God van ons eischt en wat in verband daarmede de menschen van ons mogen eischen. Doen we dat, doen allen het met ons, dan ontstaat er een harmonische samenleving. Maar als wij en allen met ons in de eerste plaats strijden voor ons belang, voor onze rechten, dan botst alles tegen elkander en wordt de wereld een voorportaal der hel.:.. zooals ze thans is. Welnu, ik acht het een der ergste zonden der demophilie, dat zij aldus de samenleving hoe langer hoe meer ontwricht

Maar er is nog een ander kwaad, dat minstens even erg is. Het is dit kw,aad, dat de demophilie, altijd over rechten sprekende, maar zelden of nooit over het recht en wat dit van ons eischt, en altijd den mond vol hebbende over materieele belangen, maar zelden of nooit over geestelijke goederen, over geestelijke belangen, waarvoor we moeten opkomen, een geest in het volk kweekt, die als slecht en zondig moet worden gebrandmerkt. Wie dag in dag uit de demophilie hoort en laat oreeren over rechten en belangen, in stede van over plichten, en over materieele, in stede van over geestelijke goederen, wórdt noodwendig, als ik het zoo zeggen mag, onbekwaam voor het koninkrijk Gods.

Eh wilt ge weten, waarom vóór alles ik de demophilie tot doodvijand verklaard heb en haar voor altijd den toegang tot mijn woning heb ontzegd? Omdat zij is een voortwoekerend en overerfelijk kwaad, zooals er maar weinige zijn. Begin met demophilische behandeling van zaken en ge glijdt ongemerkt maar èn zeker èn snel af tot gevaarlijk materialisme. Begin er zelf mee en ge bederft er de uwen mee voor het heden en voor de toekomst. Wat verwacht ge van kinderen, die vader en moeder steeds hebben hooren spreken over stoffelijke goederen, waarvoor ze eischen zullen stellen? Ik voor mij verwacht van die .kinderen niets dan materialisme, zoo geen revolutie. Zoo ooit, dan geldt hier, dat als de vaders onrijpe druiven eten, later de tanden der kinderen stomp zullen blijken te zijn. Gods Woord leert het zoo en de practijk van het leven zet er het zegel op.

Sluiten