Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

interen om in het leven ie blijven. Dat een volwassene zich niet op de been kan houden met een voeding, die hoogstens voor een kind van 2 a 3 jaar toereikend is, behoeft geen betoog. Het Departement van Gezondheid constateert dan ook, dat velen, die zich niet langs anderen weg voldoende voedsel konden verschaffen, door den honger ten gronde zijn gegaan. Een uiterlijk teeken van de ondervoeding was de aanzienlijke vermindering van het lichaamsgewicht. Gewichtsverminderingen van 60 pond en meer behoorden niet tot de zeldzaamheden. Het gemiddelde lichaamsgewicht nam af met rond 20 % en dit verlies moest een schadelijke uitwerking hebben op het lichamelijke en geestelijke weerstandsvermogen der menschen. Hierbij bleef"het echter niet; het ontbreken van vet had tallooze nadeelige gevolgen voor den gezondheidstoestand: ingewandsziekten, wandelende nieren enz., terwijl zich bij vrouwen en meisjes ook nog andere bedenkelijke storingen voordeden. Er is zelfs vastgesteld, dat de ondervoeding een ongunstigen invloed heeft gehad op de vruchtbaarheid.

Het ernstigst werden de ouderdom en de jeugd getroffen. Oudere menschen konden de plotselinge vermindering der voeding meestal niet doorstaan. De jeugd ondervond storenden invloed op haar gezondheidstoestand en haar groei.

Tijdens den oorlog is het sterftecijfer in Duitschland gestegen. Brengt men de verliezen, die direct of indirect met den oorlog verband houden, in mindering, dan blijkt het sterftecijfer nog steeds belangrijk hooger te -zijn dan in vroeger jaren, en het feit,, dat het hierbij meestal personen van rijperen leeftijd en grootestadsbewoners betreft, duidt er met zekerheid op, dat de geringere voeding hiervan*de oorzaak is.

Ontzettend is hetgeen 't Departement van Gezondheid opmerkt omtrent de tuberculose; elkeen, die door den oorlog niet al te zeer verhard is, moet door het lezen van deze cijfers met afgrijzen vervuld worden, temeer waar juist Duitschland het land was, waar men de tuberculose met bijzonder gunstige resultaten had bestreden. Terwijl in 1892 op elke 10.000 zielen 26 menschen aan tuberculose stierven, was door hygiënische maatregelen dit cijfer in 1913 tot 14,3 gedaald. In 1914 steeg het weer tot 16, om in 1917 reeds tot 18 op te loopen, terwijl het in 't eerste halfjaar van 1918 niet minder dan 31,7 bedroeg. Hiermee werd de stand van

Sluiten