Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van tarwe en rogge en bijmenging van aardappelmeel. Daar echter vaak geen voldoende aardappelen voorhanden waren, moest men tot andere middelen zijn toevlucht nemen. Hiertoe behoorde boonenmeel, havermeel, maismeel, enz. Zijn dit altijd nog voedingsmiddelen, hetzelfde kan niet gezegd worden van dat andere bijmengsel: gemalen zemelenl Men was gedwongen zemelen, d.w.z, veevoeder, te malen en onder het broodmeel té mengen, teneinde met den voorhanden voorraad langer toe te komen. Dat zemelen echter voor de menschelijke maag onverteerbaar zijn is bekend en de gevolgen zijn dan ook mei uitgebleven. Door de bijmengsels, die aan het meel werden toegevoegd, is het eiwitgehalte van het brood aanzienlijk verminderd. Vaak was men gedwongen vochtig of minderwaardig meel te gebruiken, dat bovendien nog door onkruidzaad verontreinigd was. Hierdoor werden de onaangename eigenschappen van het Duitsche oorlogsbrood nog verergerd en de daaruit voortvloeiende maag- en ingewandsziekten deden zich des te scherper gevoelen, waar versterkende middelen niet beschikbaar waren.

Daar ook peulvruchten en verschillende groenten ontbraken, werd de voeding steeds eenvormiger en steeds minder voedzaam. Vruchten waren dikwijls zoo goed als niet voorhanden. Ook werd de gezondheidstoestand der bevolking nadeelig beïnvloed door het gebruik van in vele gevallen schadelijke tabaksurrogaten.

Doch niet alleen de menschen hadden onder deze toestandente lijden, ook de dieren vielen aan de blokkade ten offer. Geregeld kon men uit landbouwkringen klachten hooren, dat het vee, vooral het rundvee en de varkens, niet voldoende gevoed kon worden en dat de dieren vaak den geheelen nacht loeiden van honger. Daar Engeland echter den toevoer van levensmiddelen had afgesneden kon in dezen noodstand niet worden voorzien. De dieren werden steeds magerder en dientengevolge werd de productie van vleesch. en melk geregeld kleiner.

De Engelsche blokkade beperkte zich niet alleen tot de levensmiddelen, doch strekte zich ook uit over alle gebruiksartikelen, die Duitschland uit het buitenland betrok, onverschilllig of het zeep, kleederen of kindergoed betrof. Het is natuurlijk zeer verklaarbaar, dat een oorlogvoerend land de' verzorging van zijn tegenstander met materiaal, dat voor de oor/ogvoering kan dienen, tracht te verhinderen. Dit streven mag echter niet zoover gaan,

Sluiten