Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTUK

De orale mimiek

Het zal aan vele mijner lezers wel bekend zijn, dat ons smaakorgaan op torig en verhemelte vier soorten van tastknopjes bezit, die elk alleen hun eigen smaak-kwaliteit kunnen opnemen.

Het midden der tong heeft bijna geen smaakpapillen. Naar de kanten toe worden zij al langer hoe talrijker. Op de punt der tong zijn de meeste papillen voor zoet gekoncentreerd. Op de basis of den achterrug bevinden zich de meeste voor bitter, en aan de beide zijden de meeste voor zuur. Die voor zout zijn zoowat gelijkmatig verspreid.

Nu smaakt bitter over 't algemeen leelijk, zoet daarentegen vinden we lekker.

Als we dus zoete spijs te proeven krijgen, neemt de mond instinktmatig juist die houding aan, dat het tipje der tong, waarop bijna al de papillen voor zoet gelegen zijn, zoo gunstig en alzijdig mogelijk met de zoetheid wordt bedekt. Door de kringspier om den mond (meer speciaal de trompetterspier) en de lachspieren worden lippen en voorwangen vast tegen de tanden gedrukt, dat toch niets van de zoetigheid opzij zou uitglippen. De tong dringt zich van binnen tegen de lippen, die door de spanning hunne zwelling van buiten

Sluiten