Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verliezen, maar een paar lichte plooien naar de kin vormen. Alles teekent een savoereus genot. (fig. ia en fig. 2a).

Juist omgekeerd bewerkt een bittere spijs vanzelf een omlaagtrekking van den tongwortel, en een omhoogwelving van het zachte verhemelte, om toch maar zooveel mogelijk de bitterheid van de daarvoor 't meest gevoelige smaakstreek weg te houden, en ze zoo spoedig mogelijk door te slikken. Het dalen van den tongwortel trekt vanzelf den mondhoek naar beneden, het opheffen van het zachte verhemelte gaat niet zonder ook de neusvleugels op te trekken, gelijk iedereen bij zichzelf probeeren en ondervinden kan. Daardoor worden de beide mondvouwen, die juist van de neusvleugels naar de mondhoeken loopen, akelig scherp en rechtlijnig gemarkeerd : het is de trek der bitterheid (fig. ib, fig. 2b en fig. 6a).

Gaat de bitterheid over in walging, dan gaan verhemelte en tong zoover van elkander, dat ook de lippen zich openen, de bittere trek wordt veel langer en dieper, en ten slotte vlucht als het ware de tong van het bittere achter in den mond weg, èn komt zoo noodgedrongen naar buiten, (fig. ic).

Bij een matig zuren of tinschen smaak, verwijden we de mondspleet, want rinsch is lekker, en onwillekeurig laten we het vocht dus langs de breeduitdijende tongranden glijden waar de meeste zuurpapillen gelegen zijn. Aanvankelijk komen met die verbreeding van de mondspleet kuiltjes in de wangen, maar spoedig komen de golvende wangvouwen op die met hun onderste hanepootjes den heelen mond omspannen, (fig. id, fig. 3a en c).

Wordt de zuurheid evenwel te fel, dan knijpen we de oogen samen, we maken den mond nóg breeder door de jukbeenspieren (die de mondhoeken naar buitenhoven brengen) en trekken de tongranden naar binnen om zoo min mogelijk van het bijtende vocht te proeven ; ten slotte

Sluiten