Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want het kan u niet ontgaan zijn, dat de zoete trek ons even welsprekend het genot vertolkt van zoet geluid, of van zoete geuren (fig. ia, fig. 2a).

Hetzelfde gezicht als bij een bitteren smaak, trekken wij bij het voelen van bittere koude. (fig. ib, fig. 2b en fig. 6a).

De wangen met kuiltjes en hanepootjes vertoonen zich ook bij 't opsnuiven van een prikkelenden reuk, of bij 't gestreel van een frissche koelte, zelfs van een weldoende fiksche kou (fig. 3a en c). Wordt de koude evenwel guur, dan trekken ook weer de mondhoeken verder vaneen, juist als bij 't proeven van azijn (fig. 3b en d en fig. 6b).

Ook de vooruitgestulpte proeflippen worden overgedragen.

Zoo op 't tasten in den donkere, of als we fijn willen luisteren naar 't al of niet zuiver spelen van een jongen violist, of als we de kleurenharmonie onderzoeken van een schilderij (fig. if en fig. 4a).

We zien dus dat de mimiek van één onzer zintuigen overdrachtelijk of metaphorisch gebezigd wordt om de g e 1 ij ksoortige aandoeningen van onze overige zinnen te uiten.

Maar waarin bestaat die gelijksoortigheid ?

Want zeker, we noemen gal in de taal bitter, en we spreken ook van bittere kou ! Maar wat hebben nu beide gemeen !

De overdrachten in de taal van het eene zintuig naar het andere zijn zeer frequent, en stemmen zeer dikwijls met de mimische metaphora's overeen. Maar dèt is slechts een parallelle reeks van feiten, die op hunne beurt weer om verklaring vragen, maar geen oplossing van ons probleem.

Wij spreken zoo van schreeuwende kleuren. Het schetteren van een trompet is oorspronkelijk hetzelfde woord als het schitteren van kleuren. Het krieken van den dage-

Sluiten