Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De intellektualistische poëtiek van klassieken en renaissance had toch gemeend dat hun sobere metaphora's op de verbeelding teruggingen en alleen dienden ad ornatum, tot versiering van den stijl, juist als een paar candelabres op den schoorsteen, of de illustraties in een boek.

Maar ik vraag het u, lezer, verbeeldt ge u bij 't hooren van zoete tonen, werkelijk de zoetheid van suiker en bij scherpe koude werkelijk de scherpte van azijn ? I k niet. O zeker, ik zei het u al, als sekundair verschijnsel treedt hier soms de verbeelding op in hallucinaire klaarheid. Maar het primaire altijd aanwezige grondfeit is de overeenstemming van het gevoel. Of meent ge dat Vondel Ruben bij 't zien' van Jozefs bebloeden rok vooral in z'n verbeelding terug laat denken aan het dons van een verscheurde duif, óf trilt u gevoel, en misschien niets dan gevoel tegen uit die zielroerende klacht:

O pluim, waarin het duifken stak, 'tWelk wreede haviken vervoerden.

En daarom zijn de nieuwere aesthetici1) volkomen in hun recht, als zij in het gevoel en in het gevoel alleen de diepste en laatste oorzaak aller dichterlijke metaphora's en vergelijkingen vinden. De verbeelding is sekundair.

') Sommige hunner begaan evenwel een vreemde inkonsequentie, als zij desniettegenstaande juist om 't ontbreken der beeldende kracht aan oude beelden alle aesthetische werking ontzeggen. Oude beelden vertolken dikwijls een zeer krachtig gevoel, dat onder omstandigheden ook zeer individueel kan zijn. Bedoelen zij echter dat het beeld uit het gevoel voortgekomen óók zoo levendig mogelijk in de aanschouwelijke verbeelding moet staan, om zoo weer door wisselwerking het gevoel te versterken, dan zijn zij volkomen in hun recht en hiertoe zijn natuurlijk nieuwe beelden beter geschikt dan oude. Maar dat is niet altijd noodig I

Sluiten