Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gezicht met de hanepootjes is een lachend gezicht, dus de banier van vroolijkheid en prikkelende scherts (fig- 3a).

Het zure gezicht teekent zuren arbeid, zuurverdiend loon. De Duitschers spreken van saure Wochen tegenover frohe Feste, de Italianen van un uomo brusco, de Grieken kenden reeds hun Sq^I» 69ÖV. Maar bovendien het uitermate zure gezicht is ten slotte, als de neusvleugels vallen, niets meer dan een huilend, een weenend gezicht, ons gewagend van droefheid en zielsverdriet (fig. ie, fig. 3b en d).

De toot van den fijnproever kenmerkt het kritisch overwicht, den bezorgden dokter als hij de pols voelt van een kritieken patiënt, den consciëntieuzen rechter bij het getuigenverhoor, den koopman die het vóór en tegen van een aanbod afweegt: zij allen stulpen onwillekeurig de lippen naar voren. Ook een zeker zelfgevoel en aangematigde autoriteit teekenen zich met dezelfde trekken af (fig. if, fig. 4a).

In den samengeknepen mond eindelijk ligt zoowel edele standvastigheid als bekrompen trots en eigenzinnigheid te lezen (fig. 4c, fig. 5 a, b, fig. 6d).

Uitgelaten woede en wreedheid laten de tanden zien (fig. Sd, e, f).

Verachting spuwt. (fig. 5 c» f *g- 6 c) •

Hier is dus van verbeelding geen sprake meer. Niets dan gevoel rest ons, om al deze feiten te verklaren.

Wij mogen dus terecht konkludeeren, dat de mimische trekken om den mond oorspronkelijk aan de verschillende manieren van eten en drinken zijn ontleend, waarvoor ze op een of andere wijze nuttig waren. Zij hebben zich echter gaandeweg geassocieerd aan de gevoelsschakeering, die telkens met het verschillend mondgebruik verbonden was.

Sluiten