Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geslachtsdrift, schrik, enz., maar spreken'wij ooit van het gemoed van een hond, van een kanarie, zelfs van een fieren hengst ?

En al moge ons gemoed nu in nauwe verbinding staan met het zinnelijk gevoel, ja al bestempelen wij de akten van ons geestelijk begeervermogen dan alleen met den naam van gemoedsbewegingen, als ze om zoo te zeggen over ons zinnelijk gevoel afvloeien en redundeeren, de beweegredenen van onze gemoedsbewegingen zijn niet zinnelijk : troost, vreugde en hoop voelen wij als zoet om hunne weldoende aanpassing niet aan onze zinnen, maar aan ons hooger onzinnelijk zelfbewustzijn ; het zijn onzinnelijke krachten die ons aantrekken en afstooten soms juist tegen de neigingen van het zinnelijk gevoel in — denk b.v. aan de tragische verliefdheid van een Franciscus van Assisië op pijn en versmading ! — en het zinnelijke moet eerst door een hoogere beaming in den adelstand worden verheven, eer het dienen mag aan het koningshof van ons hoogmenschelijk majesteitelijk gemoed.

Nu begrijpen wij evenwel ten slotte ook, dat wij in ons gewone taalgebruik als we alleen van menschen spreken, gemoed en gevoel dikwijls zonder onderscheid gebruiken, want ze gaan altijd samen, en mengen zich gelijk onze ziel en ons lichaam, gelijk ons verstand en onze fantasie: voortdurend tot een wondere wisselwerking dooreen.

TWEEDE HOOFDSTUK

De optische mimiek

Tusschen de oogleden verborgen ligt een spiegel der ziel. De dichters van alle tijden weten maar niet genoeg te zingen van al de gevoelsgeheimen, die daar te lezen liggen

Sluiten