Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koketterie (fig. 7e). Maar ook bij onze studie, als wij aan een theorie of hypothese wantrouwend beginnen te twijfelen, vertoont zich dezelfde trek.

Een schel vanboven vallend licht doet onze oogen pijn. Instinctmatig brengen wij dan ook de hand als scherm aan het hoofd, of we trekken onze wenkbrauwspieren samen. Hierdoor komen de wenkbrauwen meer naar voren en naar onderen en overschaduwen zoo den oogappel van nabij (fig. 7f en fig. 8c).

Wilde volkstammen die in tropische streken het hoofd onbedekt dragen fronsen hun wenkbrauwen dan ook voortdurend. Dit heeft evenwel tengevolge dat tusschen de wenkbrauwen boven den neus het voorhoofd zich in twee loodrechte plooien rimpelt. En deze twee rimpels worden nu weer karakteristiek voor alle onaangename gewaarwordingen en gemoedsaandoeningen (fig. 7f, fig. 8c en d). Bij het bitter en zuur gezicht hebt .gij ze ongetwijfeld reeds opgemerkt (fig. ie, fig. 2b, fig. 3<* en fig. 4c). Maar ook als wij scherp willen kijken, overschaduwen wij onze oogen op dezelfde wijze. Vandaar is deze trek weer overgedragen op allerlei inspanning, als we onze bottines aantrekken of een klemmende deur openrukken, maar vooral ook wanneer wij scherp luisteren, wanneer wij ons iets te binnen willen roepen en ons geheugen verzaakt, en ten slotte als wij denken, diep nadenken en op bezwaren stooten, als verwarde en tegenstrijdige theorie├źn op ons aandringen, kortom als het denken wordt tot worstelen en overmogen.

Wordt ons oog door een plotselinge verandering in 't licht getroffen, dan gaat het ooglid vanzelf schielijk in de hoogte om aan den oogappel gelegenheid te geven het nieuwe in den gezichtskring aanstonds alzijdig te verkennen (fig. 9a en c, fig. 10a en b). De hiermee verbonden gevoelsschok komt ook bij alle andere zintuigen voor, en daarom

Nederlandsche Kunst II *

Sluiten