Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heele voorhoofd heen het stigma der blije opmerkzaamheid en de stempel van wetenschappelijken studiezin, gelijk ik ze u allen toewensch. Aan het uiterlijk alleen zoudt u echter weinig hebben, want ook bij domme geborneerde menschen treden ze soms even op, als in de moeilijke drukten van het leven het hoofd hen dreigt om te loopen (fig. ioc).

Als we moei zijn en afgewerkt, breidt zich de matheid der hersenen over ons heele zenuwstelsel uit. Alle spieren verslappen, de mond hangt verflensd open, de kin omlaag, en' we noemen dat een lang gezicht. Ook de oogleden moeten het ondervinden, het gordijn valt half verlept omlaag : we kijken slaperig uit onze oogen (fig. od). Is zulk een trek permanent, dan teekent hij indolentie en domheid óf neerslachtige droefheid. Het woord droef beteekent dan ook oorspronkelijk : de troebele kleur van zulke halfgesluierde oogen (fig. 9b en fig. iod).

Als kinderen hebben wij allen veel geweend. Dat hebben wij zoetjesaan afgeleerd. Toch heeft het ons dikwijls moeite gekost dit te bedwingen. Hoe deden wij dat ? Door juist die spieren krampachtig te spannen, die antagonisten zijn van de weenspieren. Bij het weenen worden de pyramidenspier der neus en de kringspieren der oogen boven- en de optrekkers der mondhoeken onder op het gelaat samengetrokken. Willen wij dus het weenen beletten dan spannen wij de middelste bundels van de voorhoofdspier en de nedertrekkers der mondhoeken. Daardoor worden onze wenkbrauwen naar het midden omhooggetrokken, waardoor zij in schuine richting komen te hangen. In het midden van het voorhoofd — slechts over een derde van de heele lengte — komen twee diepe plooien te liggen, waaronder zich de loodrechte fronsrimpels vertoonen. De mondhoeken worden krachtig omlaaggedrukt, en dit samen geeft aan het gelaat een dieptreurige, pathetische uitdrukking (fig. 11).

Sluiten