Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te meer, daar juist met Duchenne's theorie nog een dieper vraagstuk samenhangt: dat namelijk van de erfelijkheid der gemoedsuitingen.

Men leest óók in onzen tijd nog wel eens bij overigens zeer geleerde mannen, dat de Ausdrucksbewegungen altijd reflexbewegingen zouden zijn.

De geleerden die zoo meenen, ontkennen daarmee onze teleologische verklaring der mimiek uit oorspronkelijk nuttige bewegingen niet in het minste — alleen meenen zij, dat al die teleologische nutsbewegingen reeds in den grijzen voortijd in nuttelooze en automatische gevoelsuitdrukkingen zijn overgegaan, en daarna door erfelijkheid aan alle menschen als reflexen zijn aangeboren.

Nu is daar evenwel aanstonds tegen in te brengen, dat het toch wel wonder zou zijn, dat wat in den oertijd mogelijk en zelfs zeer frequent was, zich thans niet meer zou kunnen herhalen, daar de betrokken spieren toch minstens even sterk ontwikkeld zijn als vroeger. Dit a priori.

Maar a posteriori blijkt het, dat eigenlijk alleen voor de ween-mimiek bijna *) met zekerheid het bewijs is geleverd uit het feit dat pasgeboren kinderen daar aanstonds vanzelf mee beginnen. Ook voor het lachen, en zoo nog eenige trekken is het zeker allerwaarschijnlijkst dat we met reflexen te doen hebben, maar verder . . . ! ? Zeker vele Ausdrucksbewegungen loopen automatisch af. Sommige zelfs kunnen niet vrijwillig worden aangenomen als het gevoel ze niet automatisch verwekt — maar ook vele zijn strikt willekeurig. Daarop wees Duchenne uitvoerig. En bovendien welke rol heeft de opvoeding der eigen zintuigen niet

') Ik zeg „bijna" omdat 't ook hier niet absoluut uitgesloten is, dat pasgeboren kinderen inderdaad een scherp zuren smaak proeven, en zij instinktmatig dat onaangename trachten te verminderen.

Sluiten