Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de loodrechte voorhoofdsplooien misten en dus dit heele stelsel van mimische trekken volstrekt niet aangeboren, maar in elk individu opnieuw door persoonlijke acquisitie moet worden aangeleerd ; iets wat Piderit, de grondlegger der teleologische verklaring, altijd heeft voorgestaan, en wat zijn jongste bewerker Heller opnieuw met kracht verdedigt. Eene kontroleering van dit onderzoek in onze blindeninstituten ware zeer gemakkelijk en zeer gewenscht.

Om dit vraagstuk evenwel grondig te kunnen beoordeelen, moeten wij nog dieper de menschelijke beweegkracht binnendringen en wel de anatomie te hulp roepen. Al de gelaatspieren worden in werking gebracht door het zevende hersenzenuwpaar : den nervus facialis of de aangezichtszenuw, waarin een facialis superior en inferior te onderscheiden zijn. En dit onderscheid is vooral in de psychiatrie van belang, omdat bij allerlei degeneratie de inferior niet meer fungeert, maar de superior daarentegen des te sterker. Maar hoe staat deze nu weer in verband met de hersenen ?

Hierop hebben eenige hemiplegie-gevallen het antwoord gegeven. Hemiplegie is de zenuw-verlamming van ééne lichaamshelft. Nu komt het soms voor, dat zulke patiënten nog wel onwillekeurig op de lamme gezichtshelft hunne gevoelens uiten, maar willekeurig geenenkele beweging meer kunnen uitvoeren, en bij anderen is het juist omgekeerd. Hieruit konkludeerde nu reeds Charles Bell terecht: dat er twee afzonderlijke zenuwbanen zijn: eene voor de reflexe en eene voor de willekeurige mimiek. Door allerlei anatomische proeven hebben verder Nothnagel en Bechterew bewezen dat de baan voor de reflexe en automatische mimiek in den Thalamus uitloopt, terwijl die voor de willekeurige mimiek volgens Marinesco zijn corticaal centrum in den Gyrus praecentralis en Gyrus centralis anterior heeft, vlak boven

Sluiten