Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE HOOFDSTUK

Pantomimiek

Als wij onze oogen slaperig voelen, en het is toch zaak

£Jt 1 * ^ °iPPen.te kijk6n' dan ™ * en

dat helpt. Maar als wij het in ons verstand voelen schemeren,

ons ooVS , ^ nU g°Cd te dan wrijven wij

ons ook m de oogen, en dat helpt niets.

Als we wat slijm in het strottenhoofd voelen, hindert ons dat, en wij hoesten het eruit; Maar als we ons door verwfook b6lemmerd joelen, dan hoesten of kuchen

wetkSmTnedefr w ni6t al tC Zind6lijk is> dan heeft ^

werkman of kleine burger wellens last van een jeuk-

wekkend msekt in z'n haren. Hij krabt dan even achter het

oor. Maar als minbeschaafde menschen i„ een lastig parket

komen, dan krabben ze ook achter het oor, of ook wel

boven aan hun kuif. Dat wist Horatiusal. En het Arameesche

Ebionietenevangehe verhaalt diezelfde gestie al van den

rijken jongeling, toen Christus hem zeide: zijn goed aan

de armen uit te deelen.

uitoJZLW°vdt, ^ 6 »nCe met toehaPPen of voedselweigeren uitdrukt. Vele volken gebruiken voor neen een dick, gelijk men er soms bij een walgeljken smaak kan opmerken.

ün trifn W1Crpen den mond in de lucht> en bied aan ziTrnl", Wa*bitter vocht te binken, het ontwijkt op

zij met den mond, juist op de manier waarop wij nee knikken. En houd het een lekker beetje voor : h* hTpt toe met onzen jaknik. F

Wij vechten niet meer als we boos worden, maar we ballen onze vuisten nog wel.

Sluiten