Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met ongeveer dezelfde beteekenis als onze interjectie foei. Ik heb in de verschillende boeken over mimiek daar verschillende verklaringen van gelezen, die mij evenwel geen van alle voldeden. Maar als eens een ervaren folklorist zich met deze kwestie bemoeien wou. Zoo iemand kent alle kinderspelen van vroeger en later tijd en zou ons spoedig uit den nood helpen. En misschien dat hem de lust zou bekruipen ook de andere aanrakingspunten van mimiek en folklore onder handen te nemen. Zoo b.v. het top zeggen en toeslaan bij koop en verkoop, de ontwikkeling der verschillende eedsgebaren enz., en dan waren we weer een grooten stap vooruit I

Was oudtijds een vijand overwonnen en wilde hij het hart van zijn overwinnaar vermurwen, dan maakte hij hem de eindzegepraal, het boeien zijner handen, zoo gemakkelijk mogelijk. Hij wierp zich voor hem neer op zijne knieën en stak hem de tegen elkander gelegde handpalmen tegemoet. Wij vinden dit op veel marmerreliefs in 't oude Babyion. In Egypte bidden de priesters al op hunne knieën met de handen samen en wij, wij doen het nog. Van de oude Germanen lezen we dat zij baden met handen en voeten geboeid. Maar is het nu niet merkwaardig dat deze ontwikkelingsgeschiedenis der smeekende gebaren een onverwachte illustratie vindt in de afleiding van ons Germaansch werkwoord bidden? Bidden beteekent eigenlijk b u 1 g e n en heeft alleen daarom de beteekenis van bidden ontwikkeld, omdat het blijkens de overeenkomst van oind. jnubadh- met angel- en oudsaks. knébedh, kneob e d a, sinds den Indogermaanschen oertijd meestal in de samenstelling knie-buigen voorkwam, net als b.v. ons koozen van 't Lat. eau sari z'n beteekenis heeft ontleend aan de samenstelling lief koozen. Het Latijnsche manus dare wijst misschien op hetzelfde

Sluiten