Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK

Gevoelswaarde van taalklanken en

De gevoelswaarde der stemkleur, en zelfs ook de theoretische verklaring ervan was reeds in 't vage aan Bilderdijk bekend. In zijne Spraakkunst wijst hij er aanhoudend op, dat wij de spraakklanken als mondgebaren moeten leeren verstaan. Maar de overdrijving waaraan Bilderdijks fantasie zich bij de uitwerking dezer diepe waarheid heeft bezondigd, is, als zoo dikwijls elders, aanleiding geworden dat met de vele dwaasheden ook het weinige goede is vergeten. De Zwitser Winteler moest het daarom in 1876 aan zijn Kerenzer dialekt opnieuw ontdekken : Die Lippentatigkeit — zegt hij — entspricht für i der Mundgebarde der Heiterkeit oder des Spottes, für u derj enigen der Sammlung, des Ernstes oder Eifers. Daher üben auch diese Affekte Einfluss auf die Sprache aus, wie man besonders bei Kindern beobachten kann".

En zoo is het. Als onze lippen krullen van spot, dan kunnen wij geen oe uitspreken, maar een scherpe i sist door de tanden. Een fijngevoelig spreker en dichter zal dus voor een spottende tirade juist zulke woorden kiezen, waarin alleen z's, en ee's, tandletters en sisklanken voorkomen -r dan pas voelt hij zijn taal in harmonie met zijn innerlijk gevoel, omdat z'n mond daarbij juist den stand heeft, die de spot hem suggereert.

Wanneer onze dichters lieftallig willen zijn, zegt Geere- ~1 baert, dan spitsen zij de lippen ; 't zijn allemaal tand- en ] lipletters. ^

stemverschil

Sluiten