Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en flikwoordjes met /«-kleur vormen, komen dit eenstemmig bevestigen.

Smaalzinnetjes kunnen wij bijna niet zeggen, zonder dat wij er onze neus bij optrekken (de wangplooi gaat typisch omhoog, ooghoek wordt samengetrokken). Gevolg daarvan is een eigenaardige neusklank. Hoor een Gymnasiast maar eens zeggen : 't Is me een lekkere !

In 't voorbijgaan zagen wij boven ook iets over de gevoelsbeteekenis van slappe oogleden, en een openhangende mond, m. a. w. over een lang gezicht. Welnu wat konstateert nu Sievers ? Dat treurigheid er toe leidt alle klinkers meer open uit te spreken. Ook hier wordt dus weer alles klaar.

Eindelijk staat in Siebs' eerste uitgave zijner Deutsche Bühnenaussprache Berlin 1898 blz. 16 te lezen dat de lyrische affekten de vokalen meer open, de dramatische affekten daarentegen ze meer gesloten maken. Nu daar schrok ik van. Want niet alleen kwam dat volstrekt niet uit met mijn eigen observatie, maar bovendien kwam het in flagrante tegenspraak met heel mijn psychologische theorie. Immers in lyrisch affekt spreken wij ons zelve uit voor ons zelve, dus min of meer neuriënd, mompelend, grommelend naargelang van de stemming, maar in elk geval met den mond half of heelemaal gesloten ; terwijl het dramatisch affekt juist onzen medespreker wil aangrijpen en hem dan ook gewoonlijk met grooten, d. w. z. met open mond te lijf gaan. Wij zouden dus juist het omgekeerde verwachten. En zoo is het ook. Want ik vond dat Vietor, zelf lid der kommissie in wier naam Siebs zijn boekje geschreven had, in Die neueren Sprachen VI p. 318 er op wijst dat t. a. p. door een vergissing van Siebs juist het omgekeerde gedrukt is, van wat door de kommissie bedoeld was. Zie, dat was een troost voor mij en m'n theorie.

Sluiten