Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soms veranderen wij om deze redenen den klank der woorden zeer opvallend. Zoo verhaalt v. d. Gabelentz van een Saks, die in een weeke stemming „von einem kleinen Knöspchen" als „von einem gleenen Gnespichen", en omgekeerd met verschrikt open mond van een „schreckliche tiefe Finsternis" als een „chröchlüche tüfe Fünsternüs" gewaagde.

Een m wordt bij 't glimlachen van bilabiaal meest labiodentaal. Schuchardt bewees dat in 't Andalusisch „Josu I" de onbetoonde vokaal versterkt wordt door de verachtelijke uiteentrekking der lippen onder invloed van het gevoel, juist als bij ,,quia 1" en „ca 1" de lippen uit verwondering worden vooruitgestulpt, wat een analogen invloed heeft. Vergelijk trouwens hiermee ons ajasses, en 't Deensche jöses voor den zoeten naam. In smart of toorn als de Italianen hun tanden samenknijpen, klinkt een s vooral voor p, c, of t dikwijls als s. Ook in 't Deensch en Maastrichtsen komt dit voor. Haatsnuivend kan men dikwijls Fransche deklamatoren 1 a h a i n e met een ontzaglijke aspiratie hooren uitblazen, enz. In mijn Grondbeginselen wees ik er al op, hoe iemand in dramatische woede voor „óf er ...." — „affer" zeide.

Dit komt evenwel bij volwassenen in onzen gedresseerden tijd niet zooveel meer voor. Bij minder beschaafde volken daarentegen en in de kindertaal is niets frequenter dan dat.

Deze wijze van gevoelsuiting wordt nu evenwel dikwijls met iets heel anders verward.

Zeer terecht bemerkt Krüger : Eine matte oder lassige Sprechweise im Gegensatz zu einer frischen, lebhaften, auf Schönheit oder Deutlichkeit abzielenden kommt gerade in den Klangfarben zur Geltung. Schon die unmittelbare Beobachtung unterscheidet über die individuellen Unterschiede hinaus, spezifische Stimmfarben, die bestimmten

Nederlandsche Kunst II 3

Sluiten