Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overleg en nieuwe feitenstudie zou ik nu den naam s t e mtemperatuur willen voorstellen. Ik hecht niet aan het woord, maar ik sta er op dat deze klankmodifikatie scherp en streng van al de totnutoe behandelde onderscheiden worde.

Deze stemtemperatuur nu — die wij voorloopig kunnen karakterizeeren door de beide polen te noemen, waartusschen zij op en neer zweeft, namelijk t e e d e r, i n'n i g, week en warm ter eener zijde, en meer gewild, koel, scherp en hard ter andere — is in haar eigen aard onafhankelijk van elkander op zang- en taalgebied ontdekt door den zanger Joseph Rutz en den phoneticus Eduard Sievers.

Joseph Rutz, in 1860 koorleider der Oberammergauer Passiespelen, later hospitant aan de koninklijke Münchener muziekschool en gezocht concertzanger — in het maatschappelijk leven was hij een kundig en praktische Rechtsassessor — kwam in de jaren tusschen 1860 en '70 tot de ontdekking dat sommige komposities hem bij zijn gewonen stand niet afgingen, niet uit de keel wilden, niet gemakkelijk en spontaan opklonken; en dat dit te verhelpen was door een andere rompstelling aan te nemen, m. a. w. den vorm van zijn longenzak te veranderen. Gaandeweg merkte hij op, dat een en dezelfde zanger zich door oefening een heel aantal stemnuancen kon eigen maken, zonder daartoe de houding van mond of strottenhoofd te wijzigen. Het middel daartoe was aanvankelijk zuiver psychologisch. Hij verdiepte zich door herhaaldelijk indenken en inzingen in de gemoedsnuance van de kompositie. Daarbij nam hij dan onwillekeurig een anderen stand aan, een nieuwe rompstelling, en dan lukte het ; nü klonk zijn stem vrij en ongehinderd, frisch, en gemakkelijk. Zoowel de melodievoering als tempo en maatverdeeling, die in een andere houding allemaal

Sluiten