Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook kan men met de eerste Italiaansche houding min of meer de Fransche verbinden, door achter op den rug de weeke zijdeelen naar het midden te trekken. De uiteraard lyrische Italiaansche gevoelsnuance wordt dan vanzelf meer dramatisch.

En zoo kunnen al de hoofdtypen samen min of meer gekombineerd worden. Ten slotte is van het vooruitsteken of het terugtrekken der maagstreek tusschen buik en borst de zoogenaamde kleine of groote toon afhankelijk, die respektievelijk met het lichtbeweeglijk en het zwaartillende gevoel in verband staan.

Ottmar Rutz nu heeft ook reeds bij het lezen der verzen van verschillende dichters dezelfde rompstellingen geprobeerd, en met oogenschijnlijk goed succes : Goethe: hoort dan tot de Italiaansche of thermasthenische, Schiller tot de Duitsche of chimasthenische, Heine tot de Fransche of thermenergische stemtype.

Onwillekeurig zou men bij deze laatste konklusies met het hoofd gaan schudden, als nu niet Sievers en Reinhard blijkbaar geheel onafhankelijk van Rutz tot dezelfde konklusies gekomen waren.

Sievers citeert twee verzen : Schiller's Sehnsucht en Goethe's Dem aufgehenden Monde, en beweert nu, dat iedere versvoeler voor deze beide strofen een heel andere stem zal gebruiken.

Goethe. Willst du mioh sogleich verlassen ?

Warst lm Augenblick so nah 1 Dioh umfinstern Wolkenmassen, Und nun bist du gar nicht da. Doch du fühlst, wie ich betrübt bin, Blickt dein Rand herauf als Stern, Zeugest mir, dass ich geliebt bin, Söi das Liebchen noch so fern. —

Sluiten