Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schiller. Ach, aus dieses Tales Gründen

Die der kalte Nebel drückt, Könnt' ich doch den Ausgang finden Ach, wie fühlt ich micht beglückt 1 Dort erblick ich schone Hügel, Ewig jung und ewig grün 1 Hatt' ich Schwingen, hatt' ich Flügel Nach den Hügeln zög ich hin.

Reinhard heeft dit nu verder onderzocht. Aan drie proefnemers werden de juistgeciteerde twee strofen als modellen gegeven, de eerste van warme, de tweede van koele stemtemperatuur, en hun daarna een reeks gedichten van 22 verschillende Duitsche poëten voorgelegd, om die nu naar hunne temperatuur te rangschikken.

En wat bleek ? Dat, van een paar kleine afwijkingen afgezien, die later uit persoonlijke fouten konden verklaard worden, alle drie tot dezelfde (van Rutz afwijkende) volgorde waren gekomen. Gaande van koud naar warm :

1. Schiller 12. J. Kerner

2. Grillparzer 13. Mörike

3. Droste Hülshoff 14. Liliencron

4. C. F. Meyer 15. Uhland

5. M. Greif 16. An. Grün

6. Freiligrath 17. Eichendorff

7. Geibel 18. Hebbel

8. G. Keiler 19. Rückert

9. H. Heine 20. Goethe

10. Hoffmann von Fallers-

leben 21. Lenau

11. Th. Storm 22. Chamisso

En dat niet alleen bij een eerste proef, waarbij alle verzen zoo ongeveer eenzelfden inhoud hadden, maar ook bij

Sluiten