Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofd heeft de loodrechte plooien van inspanning. De oogen staan half open en zeggen : ik wil je niet zien. De bovenlip tegen de neusgaten opgetrokken lispelt: je stinkt, ik kan je niet ruiken. De vooruitgestulpte onderlip laat als 't ware een wansmakelijk brok uit den mond vallen en zegt: ik walg van je. Men hoort de gesloten stembanden inkreunen. De houding van het lichaam slechts half naar den verachten persoon toegekeerd, beteekent: Ik kan je niet uitstaan en ga van je heen. De handen drukken bij den eerste afschrik uit: kom mij niet nader, bij den tweede wegduwing : ga van mij weg !

Maar niet zonder kritiek mogen wij het kunst-materiaal voor de normale mimiek gaan uitbuiten. De kunstenaars zijn uitstekende observators geweest, maar zij hebben zich ook wel eens vergist. En dwaas zouden we zijn als we in psychologische diepten gingen zoeken naar verklaring van een gelaatstrek of lichaamshouding die op de willekeur van een artiste of op de gebrekkige uitbeelding van een beunhaas teruggaat.

Vergelijken wij het gelaat van de bekende Niobe, zoo rustig en soeverein, met hare angstige gebaren, dan begrijpen wij hoe een 19de eeuwsch naturalist kon meenen dat die Grieksche matigheid uit Praxiteles' tijd dat gezicht toch te egaal heeft geboetseerd : het voorhoofd is niets gezwollen, geen lijnen, geen noemenswaarde bocht in die wenkbrauwen. Psychologisch realistisch is de synthese fout. Maar wie onzer zou durven beweren dat het aesthetisch effekt er minder om is ? Ik hel er toe over, de geheele groep zóó mooier te vinden : juist door de psychologische onmogelijkheid is er iets in van subliem tartende rust. Maar dat wij van het standpunt der psychologische mimiek zulke geniale kunstgrepen ook kritisch mogen bekijken, dat zal u misschien nu niet meer vermetel lijken.

Sluiten