Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een verdere goudmijn moet de tooneelkunst voor de leer van het gemoed worden. Dankbaar aanvaarden wij dan ook de talrijke kollekties photographieën van beroemde akteurs en aktricen in de laatste jaren bij wijze van albums of Ansichtskaarten in den handel gebracht. Al hunne krachtscènes en meesterlijke poses zijn daarop in beeld gebracht. Maar welke rijke beurs legt daarvan eens een kollektie aan, die althans op éénige volledigheid kan bogen ? Wie zorgt er eens voor, dat onze nationale kunstenaars, dat Vogel en Royaards, Musch, maar vooral Bouwmeester en ook mindere grootheden in hunne bestgeslaagde oogenblikken worden gekiekt ? Dan toch pas kunnen wij met solide hoop-op nieuwe resultaten aan het werk gaan.

Ook hierbij evenwel zal de kritiek aan het woord moeten komen. De drie series van telkens 6 photographieën, die ik hierboven heb afgebeeld, zijn opnamen van een Straatsburgsch tooneelspeler Albert Borée. Deze beweeglijke physionomie is in niet minder of meer dan 119 verschillende gelaatsuitdrukkingen in photographie vastgelegd. En dat er vele uitstekend geslaagd zijn, zult u misschien nu al wel met mij eens zijn. Maar sommige andere zijn toch niet zóó, of men ziet heel goed dat deze gelaatsuitdrukking nu toch juist niet de allergewoonste stand van zijn trekken is. Zoo b.v. dat extasegezicht, dat hij met G1 a u b e n betitelt en dat ik u reeds toonde (fig. 7 c).

Verder meen ik, in den kop die lijden voor moet stellen (fig. 17a), den kunstenaar over zijn eigen sukces te zien lachen. Hier komen dus de twee helften van zijn bewustzijn aan het woord.

Is evenwel de gemoedsaandoening, die weergegeven moet worden, zelf dubbelzinnig, dan is dit geen fout. Allesbehalve ! Spreekt uit die kruipende physionomie niet de nederigheid met de zekere hoop op eigen voordeel tegelijk (fig. 17b)?

Nederlandsche Kunst II 4

Sluiten