Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ziet U in die verbazing daarnaast geen komisch bijsmaakje (fig. 17 c) ? •

De grijnzende kop lacht, maar toont tevens dat zn lachen niet gemeend is (fig. 17 d).

De huichelfacie loochent met de oogen wat de mondplooi

zegt (fig. 17 e).

De laatste kop van dit zestal toont duidelijk den tweestrijd tusschen een opdringenden • schaterlach en den wil om zich goed te houden (fig. 171)-

Hoe is dit verschijnsel te verklaren ?

Ik merk tusschen haakjes op t dat dit punt vooral voor advokaten en rechters van belang is, omdat het hun een middel worden kan om ontveinzers en simulanten van oprechte kliënten te onderscheiden.

Ten eerste dan is het dikwijls de overdrijving van een gelaatsuitdrukking, die den schranderen opmerker verklapt, dat het innerlijk niet gemeend is : zoo b.v. bij de komische verbluffing (fig. 17 c)-

Ten tweede een zekere disharmonie in te trekken, die wij in den grijnzenden kop (fig. 17 d) kunnen opmerken. Als wij namelijk willekeurig de lachspieren in beweging brengen, terwijl we niet vroolijk zijn, moeten we daar een zeker geweld toe aanwenden en dit geweld teekent zich duidelijk in alle bijtrekken af.

Ten derde de asynergie van mond en oogen die ik u reeds in den huichelaar (fig. 17 e) Het opmerken. Vooral de uitdrukking der oogen is weerspannig. Ook al slaagt de wil er ^in, handen en voeten, de heele lichaamshouding, mond en voorhoofd een gevoel te doen huichelen, de oogen brengen bijna altijd de leugen uit. .

Ten vierde het intermitteeren van een bepaalde mimiek. Komen er bij een getuigenverhoor op het gezicht van een der verdachten sterk intermitteerende en tegengestelde

Sluiten