Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaart de trekken om den mond, en den klank der woorden; ja bij eenigszins krachtige aandoening worden beide nog door de gebaren van handen en voeten, of door de houding van het geheele lichaam genuanceerd of versterkt. Juist als in de taal het laatste lid eener samenstelling of konstruktie eigenlijk de beteekenis bepaalt, maar het eerste deel vaak konkurreerend de speciale opvatting verduidelijkt, zoo vormen ook de trekken om mond en oogen een konstruktie van hoofd- en bij beteekenis, die elkander dikwijls den voorrang betwisten. Maar gelijk verder ook een zelfstandige samenstelling met het werkwoord tot een zin wordt: de volmaakte uiting der gelijktijdige gedachte ; zoo worden ook de gelaatstrekken met de werking der overige lichaamsdeelen syntaktisch gekombineerd tot een volmaakte uiting van het aktueele gemoed.

Huygens wist dat reeds, en zeide het zoo fijn (Worp VII, 104)

Uw hand sal soo gelijck haer werck doen met uw' stemm, Als waerense maer een, en dats' een dichte klemm Van soet' eenparicheit, een minnelick bewegen.

In de taal echter kunnen wij meerdere zinnen aaneenschakelen om de opvolgende phasen van ons gedachtenleven weer te geven. Zou nu misschien het gevoelsleven, dat wij tot nu toe steeds in z'n afzonderlijke oogenblikken beschouwden, niet iets dergelijks bezitten ? Ook passies en affecten hebben hun verloop in den tijd. Ja, ik heb zelfs elders trachten te bewijzen dat alle woorden voor tijd en duur oorspronkelijk aan de phasen van ons gevoelsleven ontleend zijn. Neen zeker, onze stemmingen blijven zich niet lang volkomen gelijk, maar zwellen en slinken voortdurend in ee golvende beweging, die wel degelijk op ons gelaat, in onz

Sluiten