Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de eerste plaats : rhythme van intensiteit, d. w. z. van geluidskracht, van nadruk en klemtoon of wat daaraan in de klassieke talen beantwoordde : het rhythme van kwantiteit, gerektheid en duur.

Dat deze beide rhythmevormen, hoewel van aard verschillend, toch, zoolang ze afzonderlijk een taal beheerschen, in dezelfde uitingsbehoeften voorzien, zou ik u steunend op vele taalpsychologische gronden lang en breed kunnen bewijzen, maar blijkt voor den aandachtigen beschouwer ook reeds alleen uit het feit, dat wij ons in de met intensiteit geakcentueerde antieke rhythmen, die toch eigenlijk kwantitatief bedoeld zijn, zoo zuiver weten in te voelen. Een verschijnsel van zulke algemeenheid berust niet op begoocheling !

Aristoxenos wist al: dat het finaal akcent voortkwam uit opgewekt, levendig gevoel, terwijl het initiaal akcent meer de rustige kalme gemoedsfasen vertolkt.

En wij kunnen nog dagelijks in het gewone gesprek deze zelfde beteekenis opmerken.

Het finaal akcent nu, zij het er dan een van kwantiteit of intensiteit, heeft iets vlugs, iets lichts, iets losjes en ongedwongens. Over de onbetoonde lettergrepen vliegt de aandacht heen, en bij het eerste krachtpunt is het ook ineens gedaan.

Het initiaal akcent daarentegen heeft iets gedragens en langzaams, iets zwaars, iets gepraamds en geweldigs. Het krachtpunt is er in eens uit, geweldig en zwaar en dan zwatelt de rest nog een beetje na. Het sterft weg.

Maar nu gaan konstrukties van beiderlei bouw elkaar afwisselen en versterken. Nu eens wordt de indruk gematigd door veel vermiddelende bijakcenten, dan weer klinkt opeens de krachtsilbe met helderen tokkelslag boven vijf, zes andere nauw hoorbare silben uit.

Nederlandsche Kunst H 5

Sluiten