Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hardende kracht, in den stijl der trocheeën. Om zijn rijkdom ▼an wisselvormen was dus de dactylus voor het klassieke epos eene vinding: zulk een fijnbesnaard volk waardig.

Evenals nu in de muziek, die alleen vallende maten kent (V4, */« enz.) het rhythmisch motief niet voortdurend met de maatgrenzen mag samenvallen — anders was er toch nooit een finaal geakcentueerd motief mogelijk — zoo leert de klassieke metriek ons nu verder, dat het begin en het einde der woorden niet voortdurend met de voeten mag samenvallen. Want niettegenstaande de variaties die de dactylus toelaat, zou het toch onmogelijk zijn, dat voor al de gevoelsfasen, in een dactylisch vers vertolkt, altijd het initiaal akcent het meest passende was. De metrische regel is éus een magere abstraktie van het psychologische feit, dat juist door het willekeurig verleggen der konstrukties over het metrische schema, aanstonds jamben tot trocheeën, dactyli tot anapaest en tribrachys omklinken, naar den eisch van het zwellend of zwenkend gevoel.

Juist gelijk in de muziek de ongelijk-samengestelde maten als b.v. */« (2 + 3) en 7/« (4 + 3) een eigenaardig hinkend, remmend, ingehouden karakter vertoonen en vooral ter uiting van heftige, maar streng beteugelde passies dienen, zoo gaat het ook in de metriek met de samengestelde Grieksche, vooral dochmische voetmaten.

Verder kan nu ook weer de snelheid of langzaamheid al deze beteekenissen wijzigen. Het vlugge tempo maakt de gedragenste rhythmen lenig, en een trage gang zet de huppelendste trippeling in een hortende voordracht om.

Samentrekking van een voor meer maten bestemden ,jWortfuss" geeft natuurlijk vluggere beweging. Dit komt uitstekend in de vlotte rapheid van v. Hagedorn-Körners Drinkliedje: D e r W e i n uit. Dit komt ook in verzen voor, als plotseling een vers met meer voeten tusschen vele

Sluiten