Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De versmaat ten slotte is slechts schijnbaar zuiver jambisch. Na den treurig gerekten uitroep O, vangt hij aan met een scherp gedifferencieerde trochee, die in twee zwakkere echo's nagalmt, aanvankelijk harde dan bezadigde klacht. Maar daaruit welt een levendige invoeling in 't droeve feit: een scherpe amphibrachys met een jambe gesloten. Het feit ontwikkelt zich nu breeder voor zijn geestesoog en in een dubbele herhaling van zachte amphibrachys overstemd door een krachtiger trochee, voelt hij levendig een mijmerzoeten weemoed om den gestorven droom. In den choriambus herleeft weer zijn klacht, die nu bitter wordt en in drie jamben uitkrijt, om den slotregel met een luiden snik in te zetten, die melodisch in amper golvende lijn tot een stil oogenblik versterft.

Maar aanstonds wordt de klagende choriambus weer op zijn lippen vaardig, hij weent weer in scherpe amphibrachys uit, en zacht klinkt de weemoed van kalmer trocheeën na. Nü staat plotselirg hem de vriend weer levendig voor den geest, en in twee opgewekte konstrukties met niets dan jamben, geniet hij hem weer. En die herinnering voert hem hooger op, naar de Vries z' i idealen : de waarheid, nu beklaagd om haar zelve in een zachten dactylus met trochee ; maar zijn gemoed kan niet kalm zijn en in een anapaest en jambe valt hij weer kontrasteerend uit, om dan opnieuw na een amphibrachys als overgang in een kalme rij van trocheeën te bedaren.

Maar néén. De Vries is gróót en gelukkig zoo. Nog even blijft hij na z'n scherp jambischen uitroep, in amphibrachys, trochee en creticus napeinzen, maar nu slaat z'n jubel door ! en amphibrachys anapaest en jamben-dipodie voeren zijn juichtoon tot God ! Een dipodie jubelt na, om dan weer in amphibrachys en dubbele trochee te slinken.

Sluiten