Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Napoleon en Van der Goes

„Ja, inderdaad, de sociaal-democratie schijnt een heel raar ding te zijn. Zij brengt ten minste de hoofden mijner vrienden allermerkwaardigst, allerbevreemdendst op den hol. Van der Goes schrijft een stuk en eindigt met een bewering, geheel tegenovergesteld aan die waarmee hij begonnen was. En buitendien neemt hij de vrijheid, maar zoo eventjes te beleedigen in het opene aangezicht, de nagedachtenis van niemand minder dan Napoleon. Van den man, die, als hij leefde, met een glimlach zou hebben neergezien, van uit de hoogte van zijn intellekt en zijn weergalooze wilskracht, met een glimlach op den tegenspreker, die heelemaal zijn partij niet was.

Ten eerste dan : i k heb Napoleon niet te verdedigen, ook niet tegen een niets-ontziende nivelleering, daar is zijn heuchenis zelf wel toe in staat.

Doch ik zou den heer Van der Goes wel even willen zeggen, dat hij ook volgens zijne eigen beginselen, zijn socialistische beginselen, ongelijk heeft met te spreken zooals hij doet. Want i s niet Napoleon de man uit het volk, opgekomen uit het volk, die door de kracht, de latente kracht van het volk, die hij vertegenwoordigde, die zijn hersens doorvlamde dat zij gingen werken grootmachtig, op is gestaan tegen koningen en keizers en heel hun aristokratischen nasleep. En ze neer heeft gesmakt van hun ijdele tronen, dat zij lagen aan zijn voeten, en toen zelf is gaan zitten op een troon over allen, keizers en koningen, allen Ijem likkend de menschelijke voeten, hem den zoon uit het volk, de essentie van het volk, het volk op zijn best.

Sluiten