Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kreuzzug, Schumann's Nussbaum („das Magdlein horchet"), Rob- Franz' „Die helle Sonne leuchtet", e. a.

Ten nauwste hiermee verwant is het genotvol spontane opduiken van zoete herinneringen. Er ligt iets mystieks in dat broeien der subconsciëntie, dat wij zoo heerlijk navoelen in Curschmann's „Der Schiffer fahrt zu Land". Die opduikende voorgevoelens en gestalten doen ons aan als verschijningen of openbaringen uit een andere wereld. Vandaar dan ook dat allerlei fijnvoelende komponisten godsdienstige vermaningen, orakels of mededeehngen van hoogere wezens door het vasthouden van denzelfden toon hebben gekarakterizeerd: Gounod weer in Roméo et Juliette Acte III, de woorden van frère Laurent, Gluck bij het Orakel in Alceste, het koor der helsche goden en de woorden van Charon in Acte III, de stem der goden in Mozart s Idomeneo, het gezang van den Komtur in de kerkhofscène van den Don Juan, van den Erlkönig in Reichardt's kompositie, van den ouden held in den „Geistesgruss' van Bernhard Klein en Reichardt, van het geestenkoor in het tweede bedrijf van Webers Freischütz; men zie ook het voorspel van Wagner's Rheingold waar één orgelpunt het ontstaan der wereld schildert.

Een tweede reeks van gevoelsbeteekenissen, die tóch weer innig met de eerste verbonden is, zou ik de geresigneerde bangheid willen noemen, de absoluut roerlooze neergeslagenheid, tragische troostmotieven. Zoo b.v. in Beethovens „An die ferne Geliebte" 13 maten lang. Neerslaand van indrukwekkendheid en mystiek tevens werkt de toonherhaling in Handei's Israël in Aegypten bij „Die Flut stand aufrecht wie ein Wall", 't Zelfde ongeveer ook m zijn Messias bij het koor : „Alle Gewalt und Preis^ und Macht". Onwrikbare- beklemming en starre koudheid spreekè ten slotte in de Mignon van A. Thomas:

Sluiten