Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ontdekking hoe alle van zelf in deze beide reeksen passen1).

Treffende voorbeelden waar de beide middelen stafrijm en overloop vereenigd zijn, vindt men in Vondels beroemden reizang : „Wie is het, die zoo hoog gezeten", vooral:

Wat om en in hem, onbewust

Van w>ancken, draeit en ïfort gedreven

Om 't een en eenigh middelpunt

Kan de rust van den onbewogen Albeweger treffender worden geschilderd, inniger worden doorvoeld ?

Ik kan u niet van alles evenveel voorbeelden geven, trouwens voor de bewijskracht is hier natuurlijk overvloedig materiaal noodig.

Maar ik wil u een bewijs geven uit de tegenstelling. Al onze allitteraties hebben dit gemeen, dat ons gemoed er bij in passieve rust is of in volslagen beweginglooze beklemming. Welnu, van den eenen kant moet de overgang naar rust in de muziek altijd geleidelijk door een sekund op dén grondtoon afglijden of door een halven toon van onderen opzweven — sprongen zijn hier slechts in bepaalde gevallen geoorloofd — en van den anderen kant treden, zoodra die rust verstoord wordt, aanstonds de praegnantste groote intervallen op. Interessant en volkomen overeenstemmend met al het vorige is hierbij nog de opmerking van Rietsch, dat lyrische ontboezemingen zich in 't algemeen binnen

') Een geval dat in de muziek ook een zelfde toon herhaald wordt, en waarvoor ik in de poëzie, wel overloopen, maar geen stafrijm gebruikt vond, is het gezellige babbelen, zooals bij de vroolijke begroeting in Lortzing's Czar und Zimmermann: „Heil sei dem Tag, an welchem du bei uns ersohienen", en in de praatzieke Parlando-plaatsen van Rossini's opera's zoo b.v. het eerste optreden van Figaro in zijn Barbier van Sevilla.

Sluiten