Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten tweede spreken rust en gelijkmoedigheid uit

Het is een antwoord op een al te schoone voorstelling, een lichte ironie ligt er in, met een waasje melancholie : „es war zu schön gewesen", maar de grondtoon is een diepe gemoedsrust. Ook in den gewonen kalmen betoogtrant klinken de langere didaktische perioden, die bij vervelende leeraars ééntonig verloopen, bij een boeiend spreker meest duidelijk in dur: zie b. v. Nr 35. Zelden slechts verloopt evenwel de ongedwongen rede lang in één toonaard, maar na eenige modulatie, komt een prettig spreker, zoolang hij niet in bewogen gevoel raakt, vanzelf weer in een andere majeur-skala terecht. Eindelijk ook vooral plechtigheid. De meeste redenaars slaan bij plechtige gelegenheden een groot akkoord aan. En zoowel „Die Ehre Gottes" van Beethoven, als Schumann's „Er, der herrlichste" als de sapphische Ode van Brahms vinden op katheder en kansel allerlei trouwe variaties.

40. Wat men vroeger alleen met overgroote intervallen omhoog of omlaag kon uiten, namelijk de intensiteit van het gevoel, dat kunnen wij tegenwoordig ook uitdrukken door chromatische toonschreden. Allerlei verminderde en overmatige kwarten en kwinten, sext en septiem, om van de chromatische halve tonen en de overmatige sekunden maar te zwijgen, karakterizeeren de gesoigneerde up-todate uitspraak der meest begaafden. Voorbeelden hiervan vindt men te kust en te keur in de voordrachten van Royaards, waarvan sommige passages onweerstaanbaar aan Wagner herinneren, die b.v. de zinnelijke liefde bijna altijd in chromatische intervallen schildert.

Sluiten