Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewerkt, en bij Teubner gepubliceerd. Jammer alleen, dat hij van den eenen kant zoo slordig met de kwantiteiten is omgesprongen, waarvan toch bij de gevoelsuitdrukking eener melodie zoo ontzaglijk veel afhangt, en van den anderen kant in plaats van noten, kurven geteekend heeft. Want, hoewel ik het glijden der tonen, vooral in het Engelsch (Jones is een Engelschman) niet betwist, toch heeft Storm bewezen, dat deze glijdingen heel goed met kleine nootjes zijn weer te geven. De beste zangvirtuozen glijden ook, dat heeft juist het mikroskopisch onderzoek der phonograafrollen evidentelijk getoond. En bovendien zijn de glijdingen in het Hollandsen en Duitsch al veel minder frekwent, en in de Romaansche talen zijn ze nog zeldzamer.

Wilde dus Jones van den eenen kant te nauwkeurig zijn, van den anderen kant was hij niet nauwkeurig genoeg. Want het is niet te verwachten, dat de daar straks genoemde geleerden met hun tabellen van golflengten zullen willen wijken voor deze subjektieve schattingen. Zij zullen ze, en met eenig recht van reden, onwetenschappelijk vinden, en ze dus verder ignoreeren. Nu dit laatste zou op z'n zachtst gesproken, onverstandig zijn. Maar ik meen toch, dat wij een middelweg moeten vinden, om de beide richtingen te verzoenen.

De grammophoon biedt met z'n spiraallijnen en dus afnemende snelheid aan het onderzoek der golflengtes onnoodige moeilijkheden. Wij zullen ons dus tot den phonograaf te wenden nebben, die op zuivere cylinders met egale snelheid wentelend de berekening der toonhoogten en klinkerkwantiteiten betrekkelijk heel eenvoudig maakt. Van den anderen kant kunnen wij hier toch ook de methode van Jones toepassen. Misschien eischt het hier iets meer oefening, omdat wij hier met een hefboom te werken hebben, maar eigen ondervinding heeft me reeds geleerd, dat dit

Sluiten